Ik leerde Lesley kennen via Twitter. Je hoeft haar niet lang te volgen om te zien dat ze multigepassioneerd is, een generalist op zijn best! En zoals generalisten vaak zijn, was Lesley nieuwsgierig genoeg om op mijn vraag voor dit interview in te gaan. Het resultaat: een boeiend verhaal over de voor- en nadelen van het ‘generalist’ zijn, maar ook over hoe je je loopbaan kan vormgeven en herkneden tot het iets wordt dat echt op jouw lijf geschreven is.

1. Wanneer en hoe werd jij je bewust van je generalistenprofiel?
Ik ben eigenlijk altijd wel ‘alert’ en ‘aan het kijken’ geweest. Ik heb het nooit zo expliciet benoemd als ‘generalist’ zijn, maar was me wel bewust van mijn brede interesse. Het heeft ook lang geduurd voordat ik echt een loopbaankeuze moest maken. Als kind had ik niet, zoals vaak het geval is, een antwoord klaar op de vraag ‘wat wil je later worden?’. Op latere leeftijd koos ik voor de studierichting Pol & Soc, deels omwille van een interesse in journalistiek, maar dit bleek niet zo boeiend als gehoopt. Ik stopte er dan ook mee in 2de kan. Je moet weten, ik werkte toen in de horeca, verdiende goed en voelde dus niet de noodzaak om iets anders te gaan doen.

2. Hoe verliep het jou verder in jouw loopbaan?
Het was pas echt later, toen ik alleenstaande mama werd, dat ik gedwongen werd een keuze te maken. Ik ginlesleyg Secretariaat-Talen studeren via het Volwassenonderwijs, aangezien dit mij het snelst aan een job zou helpen. Die sector van het Volwassenonderwijs boeide mij wel, dat was al snel duidelijk. Ik trok mijn stoute schoenen aan en stelde daar voor om op het secretariaat te werken. Het lukte. Ondertussen behaalde ik ook nog mijn diploma Marketing. Levenslang leren, marketing en communicatie waren duidelijk mijn ding. Die interesses vonden ook hun uitweg in mijn job op het secretariaat. Ik maakte mijn collega’s attent op het feit dat onze deelnemers ook klanten waren, en hoe bv. service en vriendelijk onthaal ook voor ons belangrijk waren. En alhoewel dit toen nog een heel vernieuwende manier van denken was voor deze sector, kreeg ik de kans om dingen te veranderen. Zo gaf ik mijn eigen job eigenlijk zelf vorm. Na een tijd stelde mijn directeur een vaste benoeming voor. Maar omdat ik geen leerkracht was, kon dit niet doorgaan. Dus volgde ik gedurende 2 jaar een directieopleiding. Maar het feit dat ik geen Master had bleef stokken in de wielen steken. Ik kreeg toen de titel ‘beleidsmedewerker’ in de plaats. Het was mij toen wel duidelijk dat dit het verste was dat ik kon geraken in deze sector. Daar stopte het verhaal dus voor mij.

3. Hoe werd je dan uiteindelijk afgevaardigd bestuurder van het consortium volwassenenonderwijs in Gent?
Er was een nieuw decreet in de maak binnen het Onderwijs, dat stond voor een overkoepelende en zuil-overstijgende aanpak. Mijn directeur moedigde mij sterk aan om naar de vergaderingen te gaan en ik werd verslaggever. Stilletjes aan kreeg ik ook meer invloed op het inhoudelijke vlak. De voorbereidende vergaderingen mondden uit in een project onder de vorm van een vzw. Die vzw had een directeur nodig. Hier hoefde de strakke regelgeving inzake diploma’s niet gevolgd te worden en ik werd voorgedragen door de Raad van Bestuur op basis van bewezen competenties. Ik heb deze functie met plezier gedaan, maar na 15 jaar volwassenonderwijs werd het tijd voor een volgende uitdaging. Zo start ik midden augustus met mijn nieuwe job als directeur van het VOV (Vereniging voor Opleidings- en ontwikkelingsprofessionals).

4. Hoe vond je deze nieuwe uitdaging?
Ik was al een tijdje aan het rondkijken naar iets anders, maar het was uiteindelijk door verschillende ‘porren’ uit mijn netwerk dat ik ging solliciteren voor de vacature bij het VOV. Ik werd er verschillende keren op attent gemaakt dat dit ‘echt iets voor mij’ was.

5. Wat zijn volgens jou de sterktes en de zwaktes van de generalist?
Een sterkte is bv. dat er weinig zaken zijn die mij niet kunnen boeien. Zwaktes zijn o.a. dat ik soms het imago krijg van ‘naiëf’ te zijn. Ik vermoed dat dit vooral door mijn enthousiasme komt. Sommige mensen zien me ook als pessimistisch, omdat ik anticipeer op mogelijke problemen. Ik zie mezelf helemaal niet als een doemdenker, maar ik zie gewoon makkelijk wat mogelijke hindernissen kunnen zijn en heb graag een ‘plan B’ klaar. Een andere zwakte is dat ik heel veel prikkels binnenkrijg. Soms zoveel dat ik er hoofdpijn van krijg. Ik vang dit op door regelmatig een ‘time-out’ in te lassen, dus eigenlijk heb ik er niet zoveel last van. Ik denk ook dat mensen de sprongetjes die ik maak niet goed kunnen volgen, het gaat hen soms gewoon te snel.

6. Hoe vang je de zwaktes op?
Zoals ik daarnet vernoemde, af en toe krijg ik gewoon teveel prikkels binnen. Dan moet ik er uit. Dit kan een rit zijn met de auto, of bv. naar zee gaan. Een plek waar ik geen mensen ken werkt het beste. Nog een goede remedie tegen een ‘vol hoofd’ is iets fysiek doen, met mijn handen bezig zijn. Bij mij is dat bv. tekenen. De moeite die mijn omgeving soms heeft om me te volgen vang ik zo op: ik benoem het gewoon, en zeg dan bv. ‘ik ben 3 sprongen voor’. Dat helpt.

7. Mensen met veel interesses hebben vaak baat bij structuur. Herken jij dat ook?
Ja, absoluut! Had zelf de link eigenlijk nog niet gelegd, maar nu je het zegt: dit is inderdaad heel belangrijk voor mij. (Lesley haalt als bewijs het boek ‘100 Lifehackingtips’ uit haar handtas!) Ik rangschik bv. mijn boeken op kleur, en niet op auteur, want zo onthoud ik ze. Mijn huis is extreem goed opgeruimd, op het obsessieve af eigenlijk. En je zou mijn mappenstructuur op de pc eens moeten zien: super ordelijk! Doe ik dit allemaal niet, dan is het moeilijk om rust in mijn hoofd te krijgen.

8. Hoe vang jij ideeën op die binnensijpelen?
Ik heb verschillende attributen: de Ipad, Iphone, laptop, mappen ‘in the cloud’. Alhoewel dit laatste nog niet helemaal werkt voor mij. Maar ook notitieboekjes worden ingezet, of desnoods krabbel ik iets op een zakdoek! Ideeën die nog even moeten wachten gaan naar wat ik genoemd heb ‘het pashokje’. Het is leuk om nadien door al die dingen die ik genoteerd heb te grasduinen. Zo ben ik laatst op iets gebotst dat ik goed zal kunnen gebruiken in mijn nieuwe job!

9. Hoe zou jij jouw rode draad omschrijven, het overkoepelende thema doorheen je verschillende interesses zeg maar?
Levenslang leren, maar eigenlijk omschrijft ‘groeien’ nog beter waar het over gaat. Groeien gaat ook gepaard met groeipijnen af en toe 😉

10. Wat zou je adviseren aan mensen die helemaal geen idee hebben van wat hun rode draad is?
Maak je ‘levenslijn’ op: een oefening die inzicht geeft in de patronen die je in je leven hebt opgebouwd. Het gaat zo: Je tekent een lijn voor volgende drie levensgebieden: relaties, gezondheid en loopbaan. Je start echt letterlijk van 0 (jaar) tot nu + je voegt er 7 jaar aan toe. Noteer dan de belangrijkste gebeurtenissen in je leven. Onder de lijn plaats je gebeurtenissen en situaties die je als minder plezierig of negatief hebt ervaren. Boven de lijn markeer je de postieve of plezierige ervaringen. Verbind de ervaringen/periodes aan elkaar per levensgebied. Kijk nu naar het totale plaatje: zie je een rode draad opduiken? Waarom was iets negatief of positief? Kan je daar conclusies uittrekken? De 7 jaren ‘bonus’ is bedoeld om na te denken over waar je naartoe wil. Gebruik de uitkomst van je levenslijn om dit concreet te maken. Deze oefening kan heel verhelderend werken, vooral als je het samen met iemand doet die je helpt reflecteren door de juiste vragen te stellen.

Met oprechte dank aan Lesley voor het delen van haar ervaringen.

Pin It on Pinterest

Share This