Onlangs herlas ik het boek “De Ondernemersmythe”, van Michael Gerber. Kort geschetst gaat dit boek over hoe je in een bedrijf ook als “Ondernemer” moet gaan denken & handelen en niet alleen als “Uitvoerder” (die je als snel slaaf maakt van je bedrijf). Of anders gezegd: wat het verschil is tussen aan je bedrijf en in je bedrijf werken. Heel interessante materie, maar daar gaat deze blogpost eigenlijk niet over. Het hele boek wordt je meegezogen in het verhaal van Sarah: artisanale taartenbakster, hard werkende zelfstandige, maar met nauwelijks een minuut vrije tijd meer. Er was iets in het verhaal van Sarah dat me erg raakte.

Sarah was vooral in uitvoerende modus bezig, wat maar weinig ruimte liet voor het ‘ondernemen’. In eerste instantie ziet ze zich ook niet als een ‘ondernemer’. Een aantal coachingsessies en pagina’s in het boek verder, beseft ze hoe fout ze was. Ze had wel degelijk een ondernemer in zich, al sinds ze kind was, maar ze had die kant gewoon heel goed leren onderdrukken! Zelf noemt ze het haar ‘spirit’. Het was deze ‘spirit’ waar haar ouders en leerkrachten over klaagden, haar ‘spirit’ dat haar in de problemen bracht. Ze conformeerde zich dan maar en sloot haar ‘spirit’ op achter slot en grendel. Maar om haar bedrijf op een hoger niveau te tillen, moet ze net terug in contact komen met die ‘spirit’. Een gevoel van bevrijding overvalt haar.

Met nostalgie denkt ze ook terug aan haar overleden tante, de ene persoon die haar spirit wél voedde en haar tevens inwijdde in het taartenbakken. Ze herinnert zich ook volgende wijze raad:

Je moet heel voorzichtig zijn met je spirit. Hij moet vrij zijn, maar hij heeft jou ook nodig om zijn aandacht te richten. Teveel van het één en niet genoeg van het ander, en je spirit gaat er vandoor als een wild paard. Zo moet je over je spirit denken, als een wild paard. Een deel ervan is om jou te dienen, en een ander deel om zichzelf te dienen. Wat je moet leren is welk deel wat is. Als je hem achter een hek zet, dood je hem. Maar als je hem laat komen en gaan zoals hij wil, zal je hem nooit begrijpen.”

Foto JolienTerwijl ik dit stuk las, zag ik plots een prachtige link met het werken rond talent. Ergens is het dit waar we allemaal naar op zoek zijn: onze talenten, drijfveren, rode draad, … (her)ontdekken, of ons ‘wild paard’ terug vrijheid geven. Talenten die we misschien onderdrukten omdat het niet paste binnen het gezin, onderwijs of werkcontext. Tegelijkertijd willen we ook hefboomvaardigheden (*) kunnen inzetten, zodat het paard niet met ons aan de loop gaat. Zoals onder invloed van stress en vermoeidheid wel eens kan gebeuren, talenten in ‘overdrive’ weet je wel.

Vele creatieve generalisten hebben zich laten beroven van hun ‘spirit’ en proberen zich te wurmen in een specialistenformat. Ze proberen zo goed en zo kwaad mogelijk te luisteren naar de gangbare adviezen genre: “kies gewoon iets”, en “leer focussen”, “kies voor een niche”, “start nooit iets nieuws voor je het vorige helemaal afgewerkt hebt”, enz. Met allerlei zeer onaangename resultaten als gevolg: verveling tot zelfs een bore-out; een verminderd zelfvertrouwen; complete verlamming; … noem maar op.

 

Al deze collega- generalisten wens ik toe dat ook zij hun talenten, hun rode draad, hun ‘spirit’ of hoe je het ook noemen wil, mogen ontdekken. Maar ook dat ze hun eigen, unieke “gebruiksaanwijzing” beter leren kennen. Want, om nog even terug te grijpen naar de wijze raad van Sarah’s tante, met een wild paard dat alleen maar van je wegloopt ben je natuurlijk niets.

(*) Hefboomvaardigheden zijn vaardigheden die je helpen om het beste te halen uit je talenten, zelfs wanneer je onder druk staat: zie “Ik kies voor mijn talent” van Luk Dewulf

 

 

Pin It on Pinterest

Share This