Imposter syndroom: 6 (confronterende) tips!

Imposter syndroom: 6 (confronterende) tips!

Mensen die kampen met het ‘imposter syndroom’ of het bedriegerscomplex hebben het gevoel dat ze elke moment door de mand kunnen vallen. Dat er iemand zal zijn die hen zal ‘ontmaskeren’, of dat ze in iets zullen falen waardoor iedereen zal ontdekken: ‘deze persoon is eigenlijk helemaal niet competent!’. Ze schrijven hun successen toe aan factoren buiten zichzelf, of aan toevalligheden, genre: “Ik kreeg die job omdat er toen eigenlijk niet zoveel andere kandidaten waren”, of “Ja, dat project is goed gelukt want ik zat toen in een uitzonderlijke goeie vibe”.

 

Hoewel het imposter syndroom zeker niet alleen ervaren wordt door creatieve generalisten, heb ik wel een vermoeden dat zij er extra vatbaar voor zijn. Enerzijds omdat ze vaker dan gemiddeld ‘opnieuw beginnen’ en aangetrokken worden door nieuwe uitdagingen, anderzijds omdat ze zich vaak vergelijken met hun collega specialisten (en het gevoel hebben telkens aan het kortste eind te trekken).

 

Het imposter syndroom is niet zo onschuldig, toch niet wanneer je er frequent (en op lange termijn) last van hebt. Niet alleen is het geen fijn gevoel, maar het beïnvloedt op de duur ook je prestaties. Het kan twee kanten op: of je legt jezelf zo’n grote druk op om toch maar niet ‘ontmaskerd’ te worden, of je gaat net heel erg op veilig spelen en je klein houden, en zodus je potentieel niet benutten.

Ik verzamelde een aantal -soms ietwat confronterende- tips voor al wie lijdt onder het imposter syndroom:

 

Oefen in zelfcompassie

 

En neen, dat is niet hetzelfde als ’jezelf een rad voor de ogen draaien’ en ‘alles zomaar goedpraten’ van jezelf. Zelfcompassie is niet voor watjes mensen! Dit is wat Susan David, auteur van ‘Emotionele flexibiliteit’ erover zegt: ‘Mensen met zelfcompassie mikken net zo hoog als zelfkritische mensen. Het verschil is dat mensen met zelfcompassie niet instorten als ze hun doelen niet bereiken.’

 

Stop met vergelijken

 

Vijand nummer 1 van zelfacceptatie is onze slechte gewoonte om te gaan vergelijken met anderen.
Als je je het toch niet kan laten, vergelijk dan met iemand die in hetzelfde stadium zit als jij (dus een starter met een starter bv.), en vergelijk hetzelfde ‘materiaal’ (bv. je innerlijke zelf met het innerlijke zelf van iemand anders, of een generalist met een generalist). Anders ben je appelen met peren aan het vergelijken en is de oefening zinloos.

 

Denk niet dat jij uniek bent in je onzekerheden

 

Ook de anderen doen maar wat en voelen zich daar bij momenten onzeker bij. Vergeet niet: jij hebt zicht op je innerlijke zelf, en je hebt de neiging om dat te gaan vergelijken met wat anderen ‘uiterlijk’ tonen. Two complete different things. Durf daarom je kwetsbaar op te stellen en praat over je imposter gevoel. Je zal verbaasd zijn over hoeveel mensen hier ook last van hebben!

 

Geef anderen het krediet dat ze verdienen

 

Mensen die last hebben van het imposter syndroom, zijn meestal niet onder de indruk van de positieve feedback van anderen. Er duikt al heel gauw een ‘ja, maar’ op. Maar denk er ook eens zo over na: zijn die andere mensen dan werkelijk zo slecht in hun inschattingsvermogen? Of allemaal zo’n fakers dat ze jou niet ‘de waarheid’ durven zeggen?Best arrogant eigenlijk als je daar zo bij stilstaat.

 

Het gaat eigenlijk niet om jou

 

Eénmaal gegrepen door de klauwen van het imposter syndroom ben je helemaal opgeslorpt door je eigen ‘ik’. Probeer het ook eens om te draaien: wat heeft jouw omgeving nu van je nodig? Paradoxaal genoeg zal je door te streven naar een ‘perfecte, foutloze ik’ zelden het beste van jezelf geven.

 

“Humility is not thinking less of yourself it is thinking of yourself less”- Rick Warren

 

Help jezelf te kijken naar de feiten

 

Zoek naar manieren om jouw vooruitgang en leerproces bij te houden. Zo kan je kijken naar de feiten wanneer jouw gevoelens en overtuigingen de bovenhand nemen.

 

Met welk van bovenstaande tips wil jij aan de slag? Start met ééntje en observeer wat het met je doet.
Succes!

 

 

Ben ik een creatieve generalist? Ontdek het met deze 10 vragen

Ben ik een creatieve generalist? Ontdek het met deze 10 vragen

Overloop deze vragen en houd alle ‘ja’s’ bij:

 

1. Verlies je makkelijk jouw interesse in iets éénmaal je begrijpt hoe iets werkt?

 

2. Had je vroeger een hekel aan de vraag ‘Wat wil je later doen?’ omdat je werd verwacht maar één antwoord te geven?

 

3. Vind je het leuker om plannen te bedenken dan je te concentreren op details om die plannen waar te maken?

 

4. Vind jij het haast onmogelijk om te antwoorden op de vraag ‘Wat zie je jezelf doen binnen 5 jaar?’ 

 

5. Vind je het moeilijk om keuzes te maken?

 

6. Vond je het moeilijk om een studierichting te kiezen?

 

7. Had je geen moeite met het kiezen van een studierichting, maar kon je jezelf niet voldoende motiveren om bij dit vak te blijven na je studies?

 

8. Vind je het idee dat je je hele carriere hetzelfde moet doen verschrikkelijk? Voel je, na bv. slechts een jaar of twee, kriebels om iets anders te gaan doen?

 

9. Krijg je vaak te horen dat je moet leren focussen en ‘gewoon’ iets moet kiezen?

  

10. Heb jij veel onafgewerkte projecten en start je desondanks vrolijk met iets anders?

 

 

Heb je min. 5 ‘ja’s’ verzameld (of 3 zeer sterke ‘ja’s’)?

Dan ben je heel waarschijnlijk een creatieve generalist of multipotential!

 

(Vrij vertaalde test van M. Lobenstine, auteur van ‘Renaissance Soul’) 

 

 

 

GRATIS KENNISMAKINGSGESPREK

Van burn-out naar bore-out, hoe vermijd je dit als creatieve generalist

Van burn-out naar bore-out, hoe vermijd je dit als creatieve generalist

 

Een burn-out meemaken is geen pretje en blijft nog heel lang nazinderen. Je doet er dan ook alles aan om het nooit meer te hoeven meemaken. Een gezonde beschermingsmechanisme toch? Of kan je daar ook te ver in gaan?

Wat ik merk in mijn praktijk voor creatieve generalisten en multipotentials, is de neiging om van het ene uiterste naar het andere te gaan. Zowel in loopbaancoaching als ondernemerscoaching worden interesses, talenten, drijfveren verkend. Soms komen zelfs oude passies of interesses terug naar de oppervlakte. Het enthousiasme dat onder een berg angst en/of bezorgdheid bedolven zat, is plots weer zichtbaar. En daar schrikken veel mensen van. Hun enthousiaste, gedreven zelf is nl. dezelfde persoon die nietsvermoedend in de burn-out valkuil is gewandeld. Die 1001 projectjes tegelijkertijd lopen had. Die nooit genoeg kon krijgen van nieuwe dingen bijleren. Reden genoeg dus om alle alarmbellen te laten afgaan! Het resultaat? Je gaat je talenten schuwen. ‘Je rustig houden’ evolueert dan niet zelden in (chronische) verveling, of bore-out.

 

Wat kan je dan wél doen?

 

Rusten doe je op jouw manier!

Wellicht heb je tijdens jouw burn-out bergen goedbedoeld advies gekregen. Je ‘moet’ rusten, je ‘moet’ gaan wandelen, dergelijke standaardadviezen. Het probleem met zulke adviezen is dat ze inderdaad standaard zijn. Niet perse op jouw maat dus. Rusten en recupereren doet niet iedereen door in de zetel te liggen. Gaan wandelen is niet voor iedereen de meest prettige vorm van ‘aan beweging doen’.

Ga eens na waar jij van recupereert. Laad jij jezelf op door een boek te lezen, of naar een lezing te gaan luisteren? Of is met jouw handen bezig zijn, bv. in de tuin, een activiteit waarbij je de tijd uit het oog verliest? Of misschien leer je als multipotential graag een nieuwe skill via You tube video’s? Zet dan vooral op die dingen in. Meer mogen, minder moeten dus!

 

Geen burn-out, maar ook geen bore-out: de juiste dosis prikkels

Frouke Vermeulen, auteur van ‘Vechten tegen verveling’ spreekt over een onderscheid tussen prikkelintensiteit en prikkelkwaliteit. Het eerste heeft te maken met de hoeveelheid prikkels die je op een dag ervaart. Zijn het er te weinig? Dan treedt verveling op. Zijn het er teveel? Dan kan je overprikkeld geraken en is herstel nodig. Het tweede heeft te maken met de inhoud van de activiteiten die je onderneemt. Sluit dit aan bij jouw talenten, bij de dingen waarvan je energie krijgt? Dan kan je spreken van een hoge prikkelkwaliteit. Het spreekt voor zich dat dit voor elke creatieve generalist of multipotential anders is.

Waar het bij de prikkelintensiteit aankomt op ‘niet te veel, niet te weinig’, geldt bij prikkelkwaliteit de ‘hier kan je niet in overdrijven’ regel. Waar mensen meestal bang van zijn, is dat de prikkelintensiteit weer te grote proporties aanneemt. Hierbij zien ze de prikkelkwaliteit soms verkeerdelijk ook als boosdoener, denk aan uitspraken genre ‘Ik wil niet meer met mensen werken, want dan ga ik daar te ver in’. Het is van vitaal belang dat je de activiteiten die je enthousiasmeren juist niet uit de weg gaat. Het zijn net deze activiteiten die jouw batterijen opladen. Zie het als een energiereserve die je extra veerkracht geeft op de momenten dat je teveel prikkels te verduren krijgt.

 

Ken jouw talenten

Om met de vorige tip aan de slag te kunnen, is het natuurlijk handig om zicht te hebben op wat jouw talenten precies zijn. Je kan hier op verschillende manieren mee aan de slag. Een paar suggesties:

  • Start gedurende min. 3 weken een logboek en noteer van welke activiteiten je energie krijgt, wanneer je de tijd uit het oog verliest, enz. Na een week kijk je telkens even terug en probeer je patronen te detecteren.
  • Lees het boek ‘Stop burn-out’ van Luk Dewulf.
  • Zoek een loopbaancoach die ook bedreven is in het voeren van talentgesprekken. Zoek iemand die een onderscheid maakt tussen talenten (je laadt jouw batterij op) en competenties die geen talenten zijn (je kan het goed, maar wordt er zelf niet blij van). Je zal je hierna nooit meer betrappen op uitspraken zoals: ‘ik heb geen echt talent’, zoals multipotentials zo vaak doen ;-).

 

Spelen en experimenteren

Probeer wat dingen uit vooraleer je echte engagementen aangaat. Geef jezelf de tijd om te ondervinden of iets werkt voor jou. Zo kom je ook jouw bezorgdheid tegemoet: blijkt het geen goede piste te zijn, dan kan je nog altijd terug. Maar meestal komt het hierop neer: je geeft jezelf de kans om terug te ervaren wat het is om op te gaan in een activiteit, betrokken te zijn én tegelijkertijd energie te krijgen. Deze aanpak is trouwens ook een aanrader voor al wie kampt met het ‘ik kan niet kiezen-syndroom’.

 

Zie vermoeidheid niet perse als een slecht teken

Het valt niet altijd haarfijn uit te leggen en toch snappen de meeste mensen wel wat je bedoelt als je zegt dat er een goede vermoeidheid bestaat en een slechte vermoeidheid. Misschien valt de goede versie wel nog het best te omschrijven als ‘moe maar voldaan’. Als er gepraat wordt over activiteiten die je energie opleveren, wordt hier dus vooral mentale energie mee bedoeld. En die kan je ook voelen als je uitgeteld in je zetel neerploft na een dagje klussen op de school van je kind bv.

 

Verken en erken jouw bezorgdheid

Merk je dat je ondanks alles nog steeds op de rem gaat staan? Kijk dan naar wat er precies aan de hand is. Ben je inderdaad bang of bezorgd dat het de verkeerde richting zou uitgaan en dat het terug richting burn-out zou gaan? Prima, dit is op zich een gezonde beschermingsreflex. Maar laat het jou niet verlammen.

Hoe kan je stappen zetten in wat je enthousiasmeert, nieuwsgierig maakt én tegelijkertijd bewaken dat je ook voldoende rust- en herstelmomenten inbouwt? Dat is een veel constructievere vraag!

 

Kijk naar de hele context

Om even terug te gaan naar het optimale energieniveau van daarnet: prikkels zijn alle dingen die tot jou komen op een dag, en daar horen dus ook bv. voeding en omgevingsfactoren bij. Ben je bang om overprikkeld te worden, breng dan eens alles in kaart. In wat soort omgeving vertoef je? Woon je in een drukke buurt, heb je een huis vol drukke kinderen, of staat de tv vaak op, enz.? Voor alle duidelijkheid: deze factoren zijn niet perse problematisch (noch altijd te controleren), maar ze maken wel deel uit van het geheel! Ook jouw voeding en slaapkwaliteit zijn hier van groot belang. Veel suikers nuttigen, of veel koffie drinken zijn evengoed factoren die jouw lichaam een zekere stress bezorgen. Mijn boodschap is niet om hier een obsessie van te maken. Breng het gewoon mee in rekening wanneer je op zoek gaat naar jouw ideale prikkelniveau, of jouw ‘sweet spot’, en bescherm jezelf niet allen voor een (nieuwe) burn-out , maar ook voor een bore-out!

10 leestips voor multipotentials en creatieve generalisten

10 leestips voor multipotentials en creatieve generalisten

Ben jij een creatieve generalist, multipotential, polymath, slashie, een renaissance man/women, kortom: iemand die niet in één hokje te plaatsen is? Check deze leestips!

 

 

Refuse to choose – Barbara Sher

Het boek waar het voor velen begon: de frank die gevallen is, het ‘aha’ moment. Ook al noemt Barbara Sher creatieve generalisten ‘scanners’, dit boek voelt als thuiskomen. B. Sher geeft o.a. inzichten over waarom we dingen snel beu zijn, en zo gevoelig zijn aan routine.

refuse-to-choose

 

The renaissance soul – Margaret Lobenstine

Ook hier een werk van een Amerikaanse coach (ondertussen wel overleden jammer genoeg), helemaal gewijd aan multipotentials. Kan jij niet kiezen? Heb je niet één passie, maar een hele waslijst aan interesses? Dit boek geeft een aantal goede tips.

the-renaissance-soul

 

Job(s)hopper – Laura Van Bouchout

Inspiratie van eigen bodem! Zegt het ‘eerst doen, dan denken’ principe jou wel iets? Dan kan dit boek jou misschien wel het ultieme duwtje in de goede richting geven. Jobhopper zijn krijgt plots een heel andere lading.

jobshopper

 

And what do you do? – Barrie Hopson & Katie Ledger

Een boek over mensen met een ‘portfolio carrière’, tegenwoordig ook wel ‘slashies’ genoemd. Simpel gezegd: mensen die verschillende jobs combineren. Een mogelijk loopbaanmodel voor creatieve generalisten of multipotentials.

and-what-do-you-do

 

 

The neo-generalist

De neo-generalist is én specialist én generalist en maakt zich zo los van het klassieke hokjesdenken. Zie het eerder als een continuüm waarop je kan bewegen in functie van de context of fase waarin je je bevindt. Dat is de invalshoek van dit boek.

the-neo-generalist

 

Paradoxaal coachen, hoe je tegenstellingen tot kracht maakt in leven, werk en team – Ivo Brughmans & Silvia Derom

Heb je jezelf ook al beschreven als ‘vat vol tegenstellingen’? Wil je weten hoe beter om te gaan met dilemma’s en ‘of-of’ denken? Wil je vlot kunnen schakelen tussen al die verschillende kanten in jezelf? Dan is dit boek spek naar jouw bek!

 

How to be everything – Emilie Wapnick

Emilie Wapnick interviewde meer dan 100 tevreden ‘multipotentialites’, met de volgende vraag als focus: hoe pakten zij het aan? Wat werkt voor hen, wat niet? Uit de antwoorden kon ze een aantal lijnen trekken en die ontdek je in dit boek. Ondertussen vertaald naar het Nederlands: ‘Hoe word je alles?’

 

 

Micromastery – Robert Twigger

Waarom is het dat wanneer er ‘micro’ voor een woord staat, het plots allemaal veel aantrekkelijker (haalbaarder!) lijkt? Zo ook met ‘micromastery’. “A micromastery is a small, discrete, repeatable skill that allows you to glimpse the greater possibilities of mastery available to you,” aldus Robert Twigger. Een pleidooi om jezelf toe te laten – veelvuldig – geïnteresseerd te zijn. Mét zelfs een aantal suggesties, van jongleren tot Japans leren lezen in 3 uur. Voor de leermachines onder jullie!

 

The Polymath – Waqas Ahmed

Interessante stelling van de auteur: we worden allemaal geboren als creatieve generalist of multipotential. Het is onze omgeving en context die ons dwingt om te specialiseren. Hoe kunnen we terug dichter gaan staan bij onze ‘ware aard’?
Ook heel interessant voor wie het thema in een historisch perspectief wil ontdekken.

 

 

Waarom generalisten verder komen – David Epstein

Hoezoe, specialisten of experts zijn succesvoller? David Epstein legt in dit boek uit waarom vaak juist het tegenovergestelde waar is: generalisten zijn misschien vaak laatbloeiers, maar komen -op langere termijn- doorgaans verder dan hun specialistische collega’s. Als je je nog afvraagt ‘Waar liggen mijn talenten als creatieve generalist?’, dan moet je zeker eens in dit boek duiken!

Noem jezelf nooit meer ‘duizendpoot’ of ‘manusje-van-alles’

Noem jezelf nooit meer ‘duizendpoot’ of ‘manusje-van-alles’

Als creatieve generalist, multipotential of slashie is het vaak geen evidentie om te antwoorden op de vraag: ‘wie ben jij?’ of ‘wat doe jij?’. Al snel worden dan de woorden ‘duizendpoot’, ‘manusje-van-alles’ of ‘allrounder’ bovengehaald. En dat is jammer. Het vertelt jouw gesprekspartner nl. niets, én je doet er jezelf mee tekort.

Maar wat dan wél? Hoe maak jij duidelijk aan de buitenwereld waarvoor ze je mogen wakker bellen, zonder jezelf in een hokje te wurmen? Simpel: ga op zoek naar de verbindende lijnen in de veelheid of… vind de rode draad in jouw verhaal!

 

Wat is een rode draad en welke verschillende soorten kan je inzetten?

 

Een rode draad is een gemeenschappelijke factor, een lijn die je kan terugvinden in alles wat je doet. Het ‘bos’ in jouw ‘bomen’ zeg maar. Rode draden komen in verschillende soorten en maten. De ene is niet perse belangrijker dan de andere, maar ze dienen vaak gewoon een ander doel. Voor zover dat mogelijk is (want soms heb je wel een overlap), kan je ze opdelen in 4 verschillende categorieën:

 

1. De waar-doe-ik-het-voor rode draad

Deze dient voor jezelf als keuzekompas, maar je kan het ook in je communicatie verwerken om klanten emotioneel te laten connecteren met jouw verhaal. Als je vertelt vanuit jouw ‘waarom’, heb je meestal de aandacht te pakken van de tegenpartij en wordt die ook nieuwsgierig naar jouw ‘hoe’ en ‘wat’.

Luister maar eens naar het verhaal van Slow Photographer Ake van der Velden: “Ik hou van Mooi, niet het soort mooi waar je het een beetje koud van krijgt maar het mooi dat een connectie tot stand brengt, het mooi waarin je jezelf herkent en jou de mooiste versie van jezelf toont. Ik hou van Minimalisme, het minimalisme dat rust brengt. Jouw verhaal in beeld, in een omgeving waar je je ware kleuren mag tonen. Ik hou van Slow Photography, waarin ik de tijd mag nemen om je te laten zien hoe waardevol jij bent. Ik hou van mooi. Mijn naam is Ake en ik hou ervan je te tonen hoe mooi en waardevol jij bent.

 

2. De wat-doe-ik-eigenlijk rode draad

Maar wat doe je dan precies? Als creatieve generalist kan dat natuurlijk heel veel zijn, en is het sowieso niet slim om in droge opsommingen te vervallen. Een manier om dit te bundelen is te kijken naar wat het effect is van wat je doet. Handig voor als je jezelf moet pitchen, maar ook om aan jouw opdrachtgever en/of klanten duidelijk te maken wat je voor hen oplost.

Bij ‘content queen’ Anouck Meier gaat dat als volgt: “Ik leer ondernemers, dienstverleners, vrije beroepers, coaches & consultants hoe je met steengoede content bovendrijft in een zee van online middelmatigheid, clickbait & fake news. Geen gortdroge bedrijfs-blabla, maar waardevolle informatie waarmee je je doelgroep aantrekt en overtuigt.”

 

3. De wie-ben-ik eigenlijk rode draad

Als je een uitgesproken persoonlijkheid, stijl of rol hebt, kan je dit gebruiken als kapstok. Want een label hoeft niet altijd slecht of beperkend te zijn. De kunst is om er één te vinden die jouw gesprekspartner waardevolle info geeft maar ook nieuwsgierig maakt, én jou nog voldoende speelruimte en vrijheid biedt.

Je kan zelfs combinaties maken, of een meervoudige identiteit gebruiken, zoals bijvoorbeeld Arnout Van den Bossche doet met zijn ‘jobomschrijving’ als ‘Chief Executive Comedian’, waarbij hij een mooie link legt tussen zijn verleden als consultant in het bedrijfsleven en zijn huidige rol als comedian. (Die link is trouwens ook een rode draad in zijn show ‘Burn-out voor beginners’ en zijn cartoons in Metro.)

 

4. De wie-bedien-ik eigenlijk rode draad

Een rode draad zit hem natuurlijk ook vaak in de doelgroep of de klanten voor wie jij het liefste werkt. Wie bedien jij eigenlijk? Voor wat type mensen los jij iets op? Als het antwoord hierop specifiek genoeg is, kan dit heel handig zijn om jouw verhaal te positioneren.

Zo richt Lien De Pau, serieel onderneemster en oprichtster van de Business School ‘Travak’, zich op vrouwelijke solo-ondernemers die zichzelf zien als ‘freedompreneur’, of ‘goestendoenders’ zoals zij ze soms noemt.

 

Wil je meer te weten komen over deze verschillende soorten rode draden en hoe je ze in de praktijk kan toepassen?

Schrijf je dan snel in voor de gratis challenge die begin september start!

Pin It on Pinterest