10 leestips voor multipotentials en creatieve generalisten

10 leestips voor multipotentials en creatieve generalisten

Ben jij een creatieve generalist, multipotential, polymath, slashie, een renaissance man/women? Check deze leestips!

Refuse to choose – Barbara Sher

Het boek waar het voor velen begon: de frank die gevallen is, het ‘aha’ moment. Ook al noemt Barbara Sher creatieve generalisten ‘scanners’, dit boek voelt als thuiskomen. B. Sher geeft o.a. inzichten over waarom we dingen snel beu zijn, en zo gevoelig zijn aan routine.

refuse-to-choose

The renaissance soul – Margaret Lobenstine

Ook hier een werk van een Amerikaanse coach, helemaal gewijd aan multipotentials. Kan jij niet kiezen? Heb je niet één passie, maar een hele waslijst aan interesses? Dit boek geeft een aantal goede tips.

the-renaissance-soul

Job(s)hopper – Laura Van Bouchout

Inspiratie van eigen bodem! Zegt het ‘eerst doen, dan denken’ principe jou wel iets? Dan kan dit boek jou misschien wel het ultieme duwtje in de goede richting geven. Jobhopper zijn krijgt plots een heel andere lading.

jobshopper

And what do you do? – Barrie Hopson & Katie Ledger

Een boek over mensen met een ‘portfolio carrière’, tegenwoordig ook wel ‘slashies’ genoemd. Simpel gezegd: mensen die verschillende jobs combineren. Een mogelijk loopbaanmodel voor creatieve generalisten of multipotentials.

and-what-do-you-do

 

The neo-generalist

De neo-generalist is én specialist én generalist en maakt zich zo los van het klassieke hokjesdenken. Zie het eerder als een continuüm waarop je kan bewegen in functie van de context of fase waarin je je bevindt. Dat is de invalshoek van dit boek.

the-neo-generalist

Paradoxaal coachen, hoe je tegenstellingen tot kracht maakt in leven, werk en team – Ivo Brughmans & Silvia Derom

Heb je jezelf ook al beschreven als ‘vat vol tegenstellingen’? Wil je weten hoe beter om te gaan met dilemma’s en ‘of-of’ denken? Wil je vlot kunnen schakelen tussen al die verschillende kanten in jezelf? Dan is dit boek spek naar jouw bek!

How to be everything – Emilie Wapnick

Emilie Wapnick interviewde meer dan 100 tevreden ‘multipotentialites’, met de volgende vraag als focus: hoe pakten zij het aan? Wat werkt voor hen, wat niet? Uit de antwoorden kon ze een aantal lijnen trekken en die ontdek je in dit boek. Ondertussen vertaald naar het Nederlands: ‘Hoe word je alles?’

Micromastery – Robert Twigger

Waarom is het dat wanneer er ‘micro’ voor een woord staat, het plots allemaal veel aantrekkelijker (haalbaarder!) lijkt? Zo ook met ‘micromastery’. “A micromastery is a small, discrete, repeatable skill that allows you to glimpse the greater possibilities of mastery available to you,” aldus Robert Twigger. Een pleidooi om jezelf toe te laten – veelvuldig – geïnteresseerd te zijn. Mét zelfs een aantal suggesties, van jongleren tot Japans leren lezen in 3 uur. Voor de leermachines onder jullie!

The Polymath – Waqas Ahmed

Interessante stelling van de auteur: we worden allemaal geboren als creatieve generalist of multipotential. Het is onze omgeving en context die ons dwingt om te specialiseren. Hoe kunnen we terug dichter gaan staan bij onze ‘ware aard’?
Ook heel interessant voor wie het thema in een historisch perspectief wil ontdekken.

Waarom generalisten verder komen – David Epstein

Hoezoe, specialisten of experts zijn succesvoller? David Epstein legt in dit boek uit waarom vaak juist het tegenovergestelde waar is: generalisten zijn misschien vaak laatbloeiers, maar komen -op langere termijn- doorgaans verder dan hun specialistische collega’s. Als je je nog afvraagt ‘Waar liggen mijn talenten als creatieve generalist?’, dan moet je zeker eens in dit boek duiken!

 

Maak van jouw veelzijdigheid je grootste troef dankzij het CG Membership!

Het Creatieve Generalisten Membershiphelpt je richting geven aan je veelheid — zodat je keuzes maakt die écht passen bij wie je bent.
Lid worden doe je voor 1 maand voor €22 of voor een kwartaal voor €58,50 (altijd opzegbaar en zonder gedoe)

Word CG Member en...

Voel je trots op je veelzijdigheid – gedaan met je anders voor te doen dan je bent.

Bouw een loopbaan of onderneming die de gewenste variatie en uitdaging biedt.

Vind meer balans tussen uitdaging en rust – zodat je energiek blijft zonder jezelf voorbij te lopen.

Tackel loopbaanvragen met onze gespecialiseerde A.I. Jobcoach aan je zijde.

Benoem exact waar jouw meerwaarde ligt.

Laat je inspireren door mensen die -net zoals jij- een veelzijdig pad bewandelen.

Word nu member en krijg 10 euro korting op ons kwartaalabonnement!

Een bore-out na de burn-out?

Een bore-out na de burn-out?

In een bore-out sukkelen nadat je al een burn-out doorgemaakt hebt, dat wil natuurlijk niemand. Maar zo’n burn-out blijft nog lang nazinderen. Je doet er dan ook alles aan om het nooit meer te hoeven meemaken. Een gezonde beschermingsmechanisme toch? Of kan je daar ook te ver in gaan?

Wat ik merk in mijn praktijk voor creatieve generalisten en multipotentials, is de neiging om van het ene uiterste naar het andere te gaan. Zowel in loopbaancoaching als ondernemerscoaching worden interesses, talenten, drijfveren verkend. Soms komen zelfs oude passies of interesses terug naar de oppervlakte. Het enthousiasme dat onder een berg angst en/of bezorgdheid bedolven zat, is plots weer zichtbaar. En daar schrikken veel mensen van. Hun enthousiaste, gedreven zelf is nl. dezelfde persoon die nietsvermoedend in de burn-out valkuil is gewandeld. Die 1001 projectjes tegelijkertijd lopen had. Die nooit genoeg kon krijgen van nieuwe dingen bijleren. Reden genoeg dus om alle alarmbellen te laten afgaan! Het resultaat? Je gaat je talenten schuwen. ‘Je rustig houden’ evolueert dan niet zelden in (chronische) verveling, of bore-out.

Maar wat kan je dan wél doen?

Verken en erken jouw bezorgdheid

Merk je dat je op de rem gaat staan? Kijk dan naar wat er precies aan de hand is. Ben je inderdaad bang of bezorgd dat het de verkeerde richting zou uitgaan en dat het terug richting burn-out zou gaan? Prima, dit is op zich een gezonde beschermingsreflex. Maar laat het jou niet verlammen.

Hoe kan je stappen zetten in wat je enthousiasmeert, nieuwsgierig maakt én tegelijkertijd bewaken dat je ook voldoende rust- en herstelmomenten inbouwt? Dat is een veel constructievere vraag.

Herstellen van een burn-out doe je op jouw manier!

Wellicht heb je tijdens jouw burn-out bergen goedbedoeld advies gekregen. Je ‘moet’ rusten, je ‘moet’ gaan wandelen, dergelijke standaardadviezen. Het probleem met zulke adviezen is dat ze inderdaad standaard zijn. Niet perse op jouw maat dus. Rusten en recupereren doet niet iedereen door in de zetel te liggen. Gaan wandelen is niet voor iedereen de meest prettige vorm van ‘aan beweging doen’.

Ga eens na waar jij van recupereert. Laad jij jezelf op door een boek te lezen, of naar een lezing te gaan luisteren? Of is met jouw handen bezig zijn, bv. in de tuin, een activiteit waarbij je de tijd uit het oog verliest? Of misschien leer je als multipotential graag een nieuwe skill via You tube video’s? Zet dan vooral op die dingen in. Meer mogen, minder moeten dus!

Geen burn-out, maar ook geen bore-out: de juiste dosis prikkels

Frouke Vermeulen, auteur van ‘Vechten tegen verveling‘ spreekt over een onderscheid tussen prikkelintensiteit en prikkelkwaliteit. Het eerste heeft te maken met de hoeveelheid prikkels die je op een dag ervaart. Zijn het er te weinig? Dan treedt verveling op. Zijn het er teveel? Dan kan je overprikkeld geraken en is herstel nodig. Het tweede heeft te maken met de inhoud van de activiteiten die je onderneemt. Sluit dit aan bij jouw talenten, bij de dingen waarvan je energie krijgt? Dan kan je spreken van een hoge prikkelkwaliteit. Het spreekt voor zich dat dit voor elke creatieve generalist of multipotential anders is.

Waar het bij de prikkelintensiteit aankomt op ‘niet te veel, niet te weinig’, geldt bij prikkelkwaliteit de ‘hier kan je niet in overdrijven’ regel. Waar mensen meestal bang van zijn, is dat de prikkelintensiteit weer te grote proporties aanneemt. Hierbij zien ze de prikkelkwaliteit soms verkeerdelijk ook als boosdoener, denk aan uitspraken genre ‘Ik wil niet meer met mensen werken, want dan ga ik daar te ver in’. Het is van vitaal belang dat je de activiteiten die je enthousiasmeren juist niet uit de weg gaat. Het zijn net deze activiteiten die jouw batterijen opladen. Zie het als een energiereserve die je extra veerkracht geeft op de momenten dat je teveel prikkels te verduren krijgt.

Inzetten van jouw talenten beschermt je tegen burn-out én bore-out

Om met de vorige tip aan de slag te kunnen, is het natuurlijk handig om zicht te hebben op wat jouw talenten precies zijn. Je kan hier op verschillende manieren mee aan de slag. Een paar suggesties:

  • Start gedurende min. 3 weken een logboek en noteer van welke activiteiten je energie krijgt, wanneer je de tijd uit het oog verliest, enz. Na een week kijk je telkens even terug en probeer je patronen te detecteren.
  • Zoek een loopbaancoach die ook bedreven is in het voeren van talentgesprekken. Zoek iemand die een onderscheid maakt tussen talenten (je laadt jouw batterij op) en competenties die geen talenten zijn (je kan het goed, maar wordt er zelf niet blij van). Je zal je hierna nooit meer betrappen op uitspraken zoals: ‘ik heb geen echt talent’, zoals multipotentials zo vaak doen ;-).

Moe zijn is niet altijd een teken van burn-out of bore-out 

Het valt niet altijd haarfijn uit te leggen en toch snappen de meeste mensen wel wat je bedoelt als je zegt dat er een goede vermoeidheid bestaat en een slechte vermoeidheid. Misschien valt de goede versie wel nog het best te omschrijven als ‘moe maar voldaan’. Als er gepraat wordt over activiteiten die je energie opleveren, wordt hier dus vooral mentale energie mee bedoeld. En die kan je ook voelen als je uitgeteld in je zetel neerploft na een dagje klussen op de school van je kind bv.

Spelen en experimenteren

Probeer wat dingen uit vooraleer je echte engagementen aangaat. Geef jezelf de tijd om te ondervinden of iets werkt voor jou. Zo kom je ook jouw bezorgdheid tegemoet: blijkt het geen goede piste te zijn, dan kan je nog altijd terug. Maar meestal komt het hierop neer: je geeft jezelf de kans om terug te ervaren wat het is om op te gaan in een activiteit, betrokken te zijn én tegelijkertijd energie te krijgen. Deze aanpak is trouwens ook een aanrader voor al wie kampt met het ‘ik kan niet kiezen-syndroom’.

Een burn-out of bore-out voorkomen door te kijken naar de hele context

Om even terug te gaan naar het optimale energieniveau van daarnet: prikkels zijn alle dingen die tot jou komen op een dag, en daar horen dus ook bv. voeding en omgevingsfactoren bij. Ben je bang om overprikkeld te worden, breng dan eens alles in kaart. In wat soort omgeving vertoef je? Woon je in een drukke buurt, heb je een huis vol drukke kinderen, of staat de tv vaak op, enz.? Voor alle duidelijkheid: deze factoren zijn niet perse problematisch (noch altijd te controleren), maar ze maken wel deel uit van het geheel! Ook jouw voeding en slaapkwaliteit zijn hier van groot belang. Veel suikers nuttigen, of veel koffie drinken zijn evengoed factoren die jouw lichaam een zekere stress bezorgen. Mijn boodschap is niet om hier een obsessie van te maken. Breng het gewoon mee in rekening wanneer je op zoek gaat naar jouw ideale prikkelniveau, of jouw ‘sweet spot’, en bescherm jezelf niet allen voor een (nieuwe) burn-out , maar ook voor een bore-out.

Bore-out en hoogbegaafdheid

Er bestaan verschillende definities van hoogbegaafdheid, waardoor het moeilijk is om je hier een éénduidige beschrijving voor te schotelen. Belangrijk is om te weten dat het over meer gaat dan enkel ‘een hoog IQ’. Qua kenmerken gaat het o.a. over:

  • een hoofd dat vaak overloopt van ideeën, vragen en theorieën;
  • een grote leerhonger;
  • eigenzinnig en non-conformistisch;
  • een groot rechtvaardigheidsgevoel;
  • de lat hoog leggen;
  • intense emoties.

Multigetalenteerden hebben het potentieel om uit te blinken over (veel) verschillende domeinen. Ze hebben dus een divers pakket aan talenten die ze moeten kunnen inzetten om geboeid en gemotiveerd te blijven. En hoewel dit voor sommigen als een luxeprobleem klinkt, is dit voor een hoogbegaafde niet makkelijk om een context te vinden of te creëren die hen toelaat op deze manier geprikkeld te blijven. Het spreekt dus ook voor zich dat een hoogbegaafde die zichzelf ‘low profile’ houdt vanuit de bezorgdheden hierboven beschreven, nog meer kans maakt op een bore-out dan andere mensen.

Bore-out? Test jezelf

Met deze ‘Dutch boredom Scale‘ (Schaufeli ea, 2009) kan je nagaan of er bij jou sprake is van een bore-out. Je schaalt je in op de volgende stellingen, met cijfers van 0 (=nooit) tot 6 (= altijd).

  • Op het werk kruipt de tijd voorbij.
  • Ik verveel me op mijn werk.
  • Op mijn werk breng ik de tijd doelloos door.
  • Ik voel me rusteloos tijdens het werk.
  • Ik dagdroom tijdens mijn werk.
  • Als ik werk lijkt het of er geen einde aan de dag komt.
  • Ik heb de neiging om tijdens mijn werk andere dingen te doen.
  • Op mijn werk heb ik weinig om handen.

Interessante video’s over burn-out en bore-out

Frouke Vermeulen toont hier aan de hand van slides wat het verschil is tussen een kwantitatieve en kwalitatieve burn-out en een kwantitatieve en kwalitatieve bore-out.

In deze video doet expert hoogbegaafdheid Kathleen Venderickx, professor aan de UHasselt, uit de doeken waarom burn-out, bore-out of jobhoppen vaker voorkomt bij hoogbegaafden.

 

Extra tips voor een optimale energiebalans

Hoe zorg je voor een optimaal energieniveau? En hoe is het met jouw energiebalans gesteld? Schrijf je hieronder in en onze beste tips (en tool) komen jouw richting uit!

Imposter syndroom: oorzaken en tips

Imposter syndroom: oorzaken en tips

Is het imposter syndroom of het bedriegersgevoel jou ook niet vreemd? Dat knagende gevoel dat je op een moment zal ontmaskerd worden, dat de buitenwereld zal ontdekken dat je toch niet zo competent bent als gedacht? Lees dan zeker verder, in dit artikel vertel ik je meer over dat beruchte imposter syndroom, wat het is, wie er last van heeft, en wat je er aan kan doen.

 

Imposter syndroom: symptomen

Mensen die last hebben van het imposter syndroom ervaren gevoelens van ‘intellectuele onechtheid’. Successen, prestaties en complimenten maken ze zich niet eigen, maar kennen ze toe aan externe factoren. Denk aan uitspraken genre: “Ik kreeg die job omdat er toen eigenlijk niet zoveel andere kandidaten waren”, of “Ja, dat project is goed gelukt want ik zat toen in een uitzonderlijke goeie vibe”. Doordat ze hun successen niet internaliseren, zijn mensen met het imposter syndroom bang dat ze elk moment door de mand kunnen vallen.

 

Imposter syndroom

 

Imposter syndroom: misverstanden

De term ‘Imposter syndroom’, zou misleidend zijn. Psychologe Jasmine Vergauwe, die met haar vakgenoten van de Universiteit Gent uitgebreid onderzoek deed naar het Imposter syndroom, vermijdt liever deze term omdat het een klinische diagnose impliceert. Je kan er beter naar kijken als een spectrum van ‘imposter neigingen’. De vraag is niet meer: ‘Heb ik wel of niet het imposter syndroom?’, maar wel: ‘Hoe vaak en wanneer ervaar ik imposter gevoelens of neigingen?’. M.a.w.: waar bevind jij je ergens op dat spectrum?.  Het is dus geen psychologisch syndroom, maar wel een set van (jezelf neerhalende) gevoelens’.

 

Imposter syndroom: wat is het niet?

Er zijn situaties en fases in je leven waar het uiteraard heel normaal is om je onzeker te voelen. Denk maar bv. aan een stage, of bij de start van een nieuwe job. Probeer dus onderscheid te maken tussen imposter gevoelens en normale onzekerheid of gezonde zelfkritiek.

 

 

Imposter syndroom: wie heeft er last van?

Eigenlijk is er nog niet zoveel geweten over het imposter syndroom. De meeste onderzoeken gebeurden bij studenten, en niet op de werkplek. Jasmine Vergauwe en haar collega’s voerden wel onderzoek uit in de werkcontext, bij 200 kantoormedewerkers om precies te zijn. Daaruit bleek dat bij ongeveer 20%  sprake is van intense ‘imposter gevoelens’, maar ook dat een veel grotere groep er last van heeft, zij het dan in mindere mate. Het idee dat vooral vrouwen slachtoffer zouden zijn van het imposter syndroom, blijkt ook niet te kloppen.

Oké, maar wie heeft er dan wel het meeste last van?

  • Hoogopgeleiden, mensen met een intellectueel uitdagende job;
  • Mensen in creatieve beroepen. Waarschijnlijk omdat kunst iets heel persoonlijks en kwetsbaar is (en ook publiek);
  • Intelligente mensen met weinig zelfvertrouwen en een perfectionistische aard;
  • Voor wie zich herkent in dat perfectionisme: vooral ‘maladaptief’ of neurotisch perfectionisme vormt een probleem. Waar ‘normale’ perfectionisten plezier en trots ervaren wanneer ze iets bereiken, zijn neurotische perfectionisten nooit echt tevreden.

 

Imposter syndroom

 

Imposter syndroom: typisch voor creatieve generalisten?

Hoewel ik me helaas niet kan baseren op wetenschappelijk onderzoek, heb ik wel een vermoeden dat creatieve generalisten extra vatbaar zijn voor imposter gevoelens. Enerzijds omdat ze vaker dan gemiddeld ‘opnieuw beginnen’ en aangetrokken worden door nieuwe uitdagingen, anderzijds omdat ze zich vaak vergelijken met hun collega-specialisten en in deze vergelijking het gevoel hebben telkens aan het kortste eind te trekken.

 

 

De imposter cyclus

Je zou kunnen denken dat hoe meer je successen verzamelt, hoe meer het imposter syndroom afzwakt. Helaas klopt dat niet. Integendeel zelfs, de imposter gevoelens kunnen zelfs versterken. We spreken dan van de ‘impostor-cyclus’. Die gaat als volgt:

  1. De imposter-lijder vreest een bepaalde taak.
  2. Hij/zij gaat overdreven hard voorbereiden en werken.
  3. Vaak brengt hij/zij dit tot een goed einde, met een gevoel van opluchting als gevolg.
  4. Dit gevoel ebt al snel weg en het bedriegersgevoel komt in alle kracht terug.

 

Imposter syndroom: gevolgen

Het is je wellicht al duidelijk: het imposter syndroom is niet zo onschuldig, toch niet wanneer je het op een intense manier beleeft. Niet alleen is het geen fijn gevoel, maar het beïnvloedt op de duur ook je prestaties. Het kan twee kanten op:

  1. Je legt jezelf zo’n grote druk op om toch maar niet ‘ontmaskerd’ te worden, tot je in een burn-out sukkelt.
  2. Je gaat net heel erg op veilig spelen en je klein houden, en zodus je potentieel niet benutten. Hier moet je dus uitkijken voor een bore-out.

 

Imposter syndroom: behandeling

Dat leidt ons natuurlijk tot de volgende vraag: kan je iets doen aan die imposter-gevoelens? Wat onze onderzoekers naar voor dragen als eerste belangrijke buffer is het ervaren van steun op het werk. Volgens mij kan die bestaan uit het creëren van een open bedrijfscultuur, waar fouten maken gestimuleerd wordt en twijfels uiten heel gewoon is. Maar dit kan uiteraard aangevuld worden door ondersteuning via coaching en mentoring.

 

Imposter syndroom

 

Gedragstherapie zou ook effectief zijn. Je wordt je bewuster van het irrationele karakter van de impostergedachten en je leert om op een andere manier te denken en je gedag bij te stellen.

Check ons team van coaches als je wil verkennen of één op één begeleiding iets voor jou kan betekenen.

Tips bij Imposter syndroom

Oefen in zelfcompassie

En neen, dat is niet hetzelfde als ’jezelf een rad voor de ogen draaien’ en ‘alles zomaar goedpraten’ van jezelf. Zelfcompassie is niet voor watjes mensen! Dit is wat Susan David, auteur van ‘Emotionele flexibiliteit’ erover zegt: ‘Mensen met zelfcompassie mikken net zo hoog als zelfkritische mensen. Het verschil is dat mensen met zelfcompassie niet instorten als ze hun doelen niet bereiken.’

 

Stop met vergelijken

Vijand nummer 1 van zelfacceptatie is onze slechte gewoonte om te gaan vergelijken met anderen.
Is het toch sterker dan jezelf, vergelijk dan met iemand die in hetzelfde stadium zit als jij (dus een starter met een starter bv.), en vergelijk hetzelfde ‘materiaal’ (bv. je innerlijke zelf met het innerlijke zelf van iemand anders, of een generalist met een generalist). Anders ben je appelen met peren aan het vergelijken en is de oefening zinloos.

 

Denk niet dat jij uniek bent in je onzekerheden

Ook de anderen doen maar wat en voelen zich daar bij momenten onzeker bij. Vergeet niet: jij hebt zicht op je innerlijke zelf, en je hebt de neiging om dat te gaan vergelijken met wat anderen ‘uiterlijk’ tonen. Two complete different things. Durf daarom je kwetsbaar op te stellen en praat over je imposter gevoel. Je zal verbaasd zijn over hoeveel mensen hier ook last van hebben!

 

Geef anderen het krediet dat ze verdienen

Mensen met imposter gevoelens zijn meestal niet onder de indruk van de positieve feedback van anderen. Er duikt al heel gauw een ‘ja, maar’ op. Maar denk er ook eens zo over na: hebben die andere mensen dan werkelijk zo’n slecht inschattingsvermogen? Of zijn het allemaal zo’n fakers dat ze jou niet ‘de waarheid’ durven zeggen? Best arrogant eigenlijk als je daar zo bij stilstaat.

 

Het gaat eigenlijk niet om jou

Eénmaal gegrepen door de klauwen van het imposter syndroom ben je helemaal opgeslorpt door je eigen ‘ik’. Probeer het ook eens om te draaien: wat heeft jouw omgeving nu van je nodig? Paradoxaal genoeg zal je door te streven naar een ‘perfecte, foutloze ik’ zelden het beste van jezelf geven.

“Humility is not thinking less of yourself it is thinking of yourself less”- Rick Warren

 

Help jezelf te kijken naar de feiten

Zoek naar manieren om jouw vooruitgang en leerproces bij te houden. Zo kan je kijken naar de feiten wanneer jouw gevoelens en overtuigingen de bovenhand nemen.

 

Imposter syndroom: test jezelf

Voor alle duidelijkheid, dit is geen wetenschappelijke test. Het beschrijft wel belangrijke symptomen van het imposter syndroom. Hoe vaak jij ‘ja’ zegt op de volgende vragen kan je zien als een indicatie van hoeveel jij last hebt van imposter gevoelens:

  • Ik heb vaak het gevoel dat ik mijn successen niet verdien.
  • Complimenten van anderen lijken niet echt ‘binnen te komen’.
  • Wanneer ik iets tot een goed einde breng, zal ik dat zelden linken met mijn capaciteiten en talenten.
  • Als anderen vol lof over mij en mijn prestaties spreken, denk ik vaak dat ze het groter maken dan het werkelijk is.
  • Ik vrees vaak het moment dat mijn omgeving zal ontdekken dat ik toch niet zo slim/competent ben als zij denken.`

 

Imposter syndroom: interessante artikels, interviews en onderzoek

 

Imposter syndroom: interessante video’s

 

Ook in deze video wordt benadrukt dat het imposter syndroom geen ziekte of afwijking is, maar een set van gevoelens die iedereen kan ervaren. Wat kan helpen?

 

  • Je bewust zijn van het fenomeen.
  • Beseffen dat je niet de enige bent met imposter gevoelens, integendeel!
  • Praten over je onzekerheden en twijfels, en anderen de kans geven hetzelfde te doen.

Dit overzichtelijk filmpje overloopt 6 ‘symptomen’ die kunnen wijzen op imposter syndroom:

 

  1. Je bent ervan overtuigd dat je jouw succes niet verdient.
  2. Je bent een perfectionist of een uitsteller. Zowl extreem hard je best doen als het uitstellen van een taak tot de laatste moment kunnen een ‘coping mechanisme’ zijn om met je gevoel van incompetentie om te gaan. Succes wordt dan toegekend aan geluk of hard werk.
  3. Je bent bang om ‘ontmaskerd’ te worden.
  4. Je bent bang om te falen en fouten te maken.
  5. Je hebt het nodig om  ‘de beste’ te zijn.
  6. Je vergelijkt je continu met anderen.

 

Omgaan met impostergevoelens: een oefening!

Is het toeval, geluk, of kan je ook je eigen aandeel in een prestatie zien?
Ik maakte voor jou een reflectie- en observatieoefening die je zal helpen op een andere manier te kijken naar je realisaties. Je kan hem hieronder downloaden!

 

Ben ik een creatieve generalist? Ontdek het hier!

Ben ik een creatieve generalist? Ontdek het hier!

Overloop deze vragen en houd alle ‘ja’s’ bij:

 

1. Verlies je makkelijk jouw interesse in iets éénmaal je begrijpt hoe iets werkt?

 2. Had je vroeger een hekel aan de vraag ‘Wat wil je later doen?’ omdat je werd verwacht maar één antwoord te geven?

3. Vind je het leuker om plannen te bedenken dan je te concentreren op details om die plannen waar te maken?

4. Vind jij het haast onmogelijk om te antwoorden op de vraag ‘Wat zie je jezelf doen binnen 5 jaar?’

5. Vind je het moeilijk om keuzes te maken?

6. Vond je het moeilijk om een studierichting te kiezen?

7. Had je geen moeite met het kiezen van een studierichting, maar kon je jezelf niet voldoende motiveren om bij dit vak te blijven na je studies?

8. Vind je het idee dat je je hele carriere hetzelfde moet doen verschrikkelijk? Voel je, na bv. slechts een jaar of twee, kriebels om iets anders te gaan doen?

9. Krijg je vaak te horen dat je moet leren focussen en ‘gewoon’ iets moet kiezen?

10. Heb jij veel onafgewerkte projecten en start je desondanks vrolijk met iets anders?

 

Heb je min. 5 ‘ja’s’ verzameld (of 3 zeer sterke ‘ja’s’)?

Dan ben je heel waarschijnlijk een creatieve generalist of multipotential!

 

(Vrij vertaalde test van M. Lobenstine, auteur van ‘Renaissance Soul’)  

Maak van jouw veelzijdigheid je grootste troef dankzij het CG Membership!

Het Creatieve Generalisten Membershiphelpt je richting geven aan je veelheid — zodat je keuzes maakt die écht passen bij wie je bent.
Lid worden doe je voor 1 maand voor €22 of voor een kwartaal voor €58,50 (altijd opzegbaar en zonder gedoe)

Word CG Member en...

Voel je trots op je veelzijdigheid – gedaan met je anders voor te doen dan je bent.

Bouw een loopbaan of onderneming die de gewenste variatie en uitdaging biedt.

Vind meer balans tussen uitdaging en rust – zodat je energiek blijft zonder jezelf voorbij te lopen.

Tackel loopbaanvragen met onze gespecialiseerde A.I. Jobcoach aan je zijde.

Benoem exact waar jouw meerwaarde ligt.

Laat je inspireren door mensen die -net zoals jij- een veelzijdig pad bewandelen.

Word nu member en krijg 10 euro korting op ons kwartaalabonnement!

Noem jezelf nooit meer ‘duizendpoot’ of ‘manusje-van-alles’

Noem jezelf nooit meer ‘duizendpoot’ of ‘manusje-van-alles’

Als creatieve generalist, multipotential of slashie is het vaak geen evidentie om te antwoorden op de vraag: ‘wie ben jij?’ of ‘wat doe jij?’. Al snel worden dan de woorden ‘duizendpoot’, ‘manusje-van-alles’ of ‘allrounder’ bovengehaald. En dat is jammer. Het vertelt jouw gesprekspartner nl. niets, én je doet er jezelf mee tekort.

Maar wat dan wél? Hoe maak jij duidelijk aan de buitenwereld waarvoor ze je mogen wakker bellen, zonder jezelf in een hokje te wurmen? Simpel: ga op zoek naar de verbindende lijnen in de veelheid of… vind de rode draad in jouw verhaal!

 

Wat is een rode draad en welke verschillende soorten kan je inzetten?

 

Een rode draad is een gemeenschappelijke factor, een lijn die je kan terugvinden in alles wat je doet. Het ‘bos’ in jouw ‘bomen’ zeg maar. Rode draden komen in verschillende soorten en maten. De ene is niet perse belangrijker dan de andere, maar ze dienen vaak gewoon een ander doel. Voor zover dat mogelijk is (want soms heb je wel een overlap), kan je ze opdelen in 4 verschillende categorieën:

 

1. De waar-doe-ik-het-voor rode draad

Deze dient voor jezelf als keuzekompas, maar je kan het ook in je communicatie verwerken om klanten emotioneel te laten connecteren met jouw verhaal. Als je vertelt vanuit jouw ‘waarom’, heb je meestal de aandacht te pakken van de tegenpartij en wordt die ook nieuwsgierig naar jouw ‘hoe’ en ‘wat’.

Luister maar eens naar het verhaal van Slow Photographer Ake van der Velden: “Ik hou van Mooi, niet het soort mooi waar je het een beetje koud van krijgt maar het mooi dat een connectie tot stand brengt, het mooi waarin je jezelf herkent en jou de mooiste versie van jezelf toont. Ik hou van Minimalisme, het minimalisme dat rust brengt. Jouw verhaal in beeld, in een omgeving waar je je ware kleuren mag tonen. Ik hou van Slow Photography, waarin ik de tijd mag nemen om je te laten zien hoe waardevol jij bent. Ik hou van mooi. Mijn naam is Ake en ik hou ervan je te tonen hoe mooi en waardevol jij bent.

 

2. De wat-doe-ik-eigenlijk rode draad

Maar wat doe je dan precies? Als creatieve generalist kan dat natuurlijk heel veel zijn, en is het sowieso niet slim om in droge opsommingen te vervallen. Een manier om dit te bundelen is te kijken naar wat het effect is van wat je doet. Handig voor als je jezelf moet pitchen, maar ook om aan jouw opdrachtgever en/of klanten duidelijk te maken wat je voor hen oplost.

Bij ‘content queen’ Anouck Meier gaat dat als volgt: “Ik leer ondernemers, dienstverleners, vrije beroepers, coaches & consultants hoe je met steengoede content bovendrijft in een zee van online middelmatigheid, clickbait & fake news. Geen gortdroge bedrijfs-blabla, maar waardevolle informatie waarmee je je doelgroep aantrekt en overtuigt.”

 

3. De wie-ben-ik eigenlijk rode draad

Als je een uitgesproken persoonlijkheid, stijl of rol hebt, kan je dit gebruiken als kapstok. Want een label hoeft niet altijd slecht of beperkend te zijn. De kunst is om er één te vinden die jouw gesprekspartner waardevolle info geeft maar ook nieuwsgierig maakt, én jou nog voldoende speelruimte en vrijheid biedt.

Je kan zelfs combinaties maken, of een meervoudige identiteit gebruiken, zoals bijvoorbeeld Arnout Van den Bossche doet met zijn ‘jobomschrijving’ als ‘Chief Executive Comedian’, waarbij hij een mooie link legt tussen zijn verleden als consultant in het bedrijfsleven en zijn huidige rol als comedian. (Die link is trouwens ook een rode draad in zijn show ‘Burn-out voor beginners’ en zijn cartoons in Metro.)

 

4. De wie-bedien-ik eigenlijk rode draad

Een rode draad zit hem natuurlijk ook vaak in de doelgroep of de klanten voor wie jij het liefste werkt. Wie bedien jij eigenlijk? Voor wat type mensen los jij iets op? Als het antwoord hierop specifiek genoeg is, kan dit heel handig zijn om jouw verhaal te positioneren.

Zo richt Lien De Pau, serieel onderneemster en oprichtster van de ‘Freedompreneur Institute’, zich op vrouwelijke solo-ondernemers die zichzelf zien als ‘freedompreneur’, of ‘goestendoenders’ zoals zij ze soms noemt.