Noem jezelf nooit meer ‘duizendpoot’ of ‘manusje-van-alles’

Noem jezelf nooit meer ‘duizendpoot’ of ‘manusje-van-alles’

Als creatieve generalist, multipotential of slashie is het vaak geen evidentie om te antwoorden op de vraag: ‘wie ben jij?’ of ‘wat doe jij?’. Al snel worden dan de woorden ‘duizendpoot’, ‘manusje-van-alles’ of ‘allrounder’ bovengehaald. En dat is jammer. Het vertelt jouw gesprekspartner nl. niets, én je doet er jezelf mee tekort.

Maar wat dan wél? Hoe maak jij duidelijk aan de buitenwereld waarvoor ze je mogen wakker bellen, zonder jezelf in een hokje te wurmen? Simpel: ga op zoek naar de verbindende lijnen in de veelheid of… vind de rode draad in jouw verhaal!

 

Wat is een rode draad en welke verschillende soorten kan je inzetten?

 

Een rode draad is een gemeenschappelijke factor, een lijn die je kan terugvinden in alles wat je doet. Het ‘bos’ in jouw ‘bomen’ zeg maar. Rode draden komen in verschillende soorten en maten. De ene is niet perse belangrijker dan de andere, maar ze dienen vaak gewoon een ander doel. Voor zover dat mogelijk is (want soms heb je wel een overlap), kan je ze opdelen in 4 verschillende categorieën:

 

1. De waar-doe-ik-het-voor rode draad

Deze dient voor jezelf als keuzekompas, maar je kan het ook in je communicatie verwerken om klanten emotioneel te laten connecteren met jouw verhaal. Als je vertelt vanuit jouw ‘waarom’, heb je meestal de aandacht te pakken van de tegenpartij en wordt die ook nieuwsgierig naar jouw ‘hoe’ en ‘wat’.

Luister maar eens naar het verhaal van Slow Photographer Ake van der Velden: “Ik hou van Mooi, niet het soort mooi waar je het een beetje koud van krijgt maar het mooi dat een connectie tot stand brengt, het mooi waarin je jezelf herkent en jou de mooiste versie van jezelf toont. Ik hou van Minimalisme, het minimalisme dat rust brengt. Jouw verhaal in beeld, in een omgeving waar je je ware kleuren mag tonen. Ik hou van Slow Photography, waarin ik de tijd mag nemen om je te laten zien hoe waardevol jij bent. Ik hou van mooi. Mijn naam is Ake en ik hou ervan je te tonen hoe mooi en waardevol jij bent.

 

2. De wat-doe-ik-eigenlijk rode draad

Maar wat doe je dan precies? Als creatieve generalist kan dat natuurlijk heel veel zijn, en is het sowieso niet slim om in droge opsommingen te vervallen. Een manier om dit te bundelen is te kijken naar wat het effect is van wat je doet. Handig voor als je jezelf moet pitchen, maar ook om aan jouw opdrachtgever en/of klanten duidelijk te maken wat je voor hen oplost.

Bij ‘content queen’ Anouck Meier gaat dat als volgt: “Ik leer ondernemers, dienstverleners, vrije beroepers, coaches & consultants hoe je met steengoede content bovendrijft in een zee van online middelmatigheid, clickbait & fake news. Geen gortdroge bedrijfs-blabla, maar waardevolle informatie waarmee je je doelgroep aantrekt en overtuigt.”

 

3. De wie-ben-ik eigenlijk rode draad

Als je een uitgesproken persoonlijkheid, stijl of rol hebt, kan je dit gebruiken als kapstok. Want een label hoeft niet altijd slecht of beperkend te zijn. De kunst is om er één te vinden die jouw gesprekspartner waardevolle info geeft maar ook nieuwsgierig maakt, én jou nog voldoende speelruimte en vrijheid biedt.

Je kan zelfs combinaties maken, of een meervoudige identiteit gebruiken, zoals bijvoorbeeld Arnout Van den Bossche doet met zijn ‘jobomschrijving’ als ‘Chief Executive Comedian’, waarbij hij een mooie link legt tussen zijn verleden als consultant in het bedrijfsleven en zijn huidige rol als comedian. (Die link is trouwens ook een rode draad in zijn show ‘Burn-out voor beginners’ en zijn cartoons in Metro.)

 

4. De wie-bedien-ik eigenlijk rode draad

Een rode draad zit hem natuurlijk ook vaak in de doelgroep of de klanten voor wie jij het liefste werkt. Wie bedien jij eigenlijk? Voor wat type mensen los jij iets op? Als het antwoord hierop specifiek genoeg is, kan dit heel handig zijn om jouw verhaal te positioneren.

Zo richt Lien De Pau, serieel onderneemster en oprichtster van de Business School ‘Travak’, zich op vrouwelijke solo-ondernemers die zichzelf zien als ‘freedompreneur’, of ‘goestendoenders’ zoals zij ze soms noemt.

 

Wil je meer te weten komen over deze verschillende soorten rode draden en hoe je ze in de praktijk kan toepassen?

Schrijf je dan snel in voor de gratis challenge die begin september start!

Een levensregel voor beginners

Een levensregel voor beginners

Een van de betere dingen die me overkomen is tijdens de Covid19 lockdown is het boekje van de Nederlandse filosoof en hoogleraar wijsbegeerte Wil Derkse: ‘Een levensregel voor beginners’. Het stond al een tijdje in mijn kast en leek nu een behapbaar stukje literatuur, ideaal voor die bijzondere weken in april 2020 en de ingetogen stemming waarin ik me bevond. De pauzeknop was ingedrukt, mijn leven en dat van mijn gezin speelde zich voornamelijk af binnen de muren van ons huis en tuin. In essentie is het boekje een boeiend essay over het toepassen van de benedictijnse inspiratie en daarmee verbonden levensstijl op het dagelijks leven buiten de muren van het klooster, in alle vormen van onze samenleving en samenwerking: een gezin, team of organisatie. De monastieke geloften worden toegepast op leiderschap i.e. mensen stimuleren tot groei en tijdsmanagement.

 

Eerst beschrijft Wil Derkse 3 karakteristieke eigenschappen van het benedictijnse abdijleven:

1. Alles gebeurt met aandacht. “To attend and get things right” als beginsel van een goed leven volgens de schrijfster Iris Murdoch. Of je nu werkt aan een professionele taak of je bent de vaat aan het doen, doe het met aandacht. Als creatieve generalist is dit best een uitdaging. Door vele interesses en ideeën, is mijn aandacht vaak verdeeld. Terwijl ik kleinere of makkelijkere taken doe, ben ik al aan het denken aan wat mij nog allemaal te wachten staat. In de douche overloop ik al mijn dagplanning. Maar daardoor mis ik soms het genot van water voelen en de geur van shampoo. Mindfulness avant la lettre.

2. Het belang van schoonheid en orde. Alles wat binnen de abdij gebeurt, tracht men kwalitatief te doen, met zin voor orde en schoonheid. Het belang van die uitstraling en kwaliteit zit ook in kleine dingen. Van de vaas met bloemen, tot netjes gerangschikt gereedschap of een aantrekkelijke boekenkast of webpagina. Schoonheid en orde kunnen aanstekelijk werken. 

3. Alle taken zijn gelijkwaardig. De ene taak is niet belangrijker dan de andere. Een presentatie maken voor het directiecomité is niet belangrijker dan de vloer vegen. Het zijn verschillende dingen maar wel gelijkwaardig. Ook de houding die je aanneemt bij die taken is relevant: “In de kapel moet je je gedragen zoals tijdens de recreatie: ontspannen. En tijdens de recreatie moet je je gedragen zoals in de kapel: met waardigheid.” Alle taken zijn dezelfde aandacht waard. Maar deze houding blijkt niet zo gemakkelijk te verwerven. Door alle taken gelijkwaardig te zien en ze allemaal evenwaardige aandacht te bieden, nemen ze toe in kwaliteit. Als je de vloer goed veegt, zal die presentatie voor de directie ook aan kwaliteit winnen wanneer die op de agenda staat. Tijdens de lockdown vond ik soms troost in deze regel. Sommige mensen waren bezig met levens te redden, terwijl ik mijn beroep niet kon uitoefenen en me richtte op projecten in het huis die ik zelf soms onderwaardeer tov professionele activiteiten.

 

Benedictus – zelf een leek en geen gewijd clericus – noemt zijn levensregel uitdrukkelijk een ‘regel voor beginners’. Iedereen blijft zijn of haar leven lang beginners. Ook al oefen je, je wordt niet bevorderd naar een volgend niveau. Er is alleen de regel voor beginners, er is geen regel voor gevorderden, er is maar één niveau. Je blijft dagelijks beginner op weg naar een betere levenskwaliteit. Het is vallen en weer opstaan. Vallen en weer opstaan. Ik vind dat een geruststellende gedachte.

Ook de 3 oorspronkelijke Benedictijnse geloften van stabilitas, conversario morum en obedientia worden in het boek vertaald naar onze samenwerkingen en samenlevingen:

1. Stabilitas gaat over een volgehouden commitment. Het is niet-weglopen van de context waarvoor je gekozen hebt. Niet omdat je verplicht bent maar omdat je het van harte doet. Opnieuw geldt ook hier dat de dingen gedijen bij aandacht – en wij gedijen dan tegelijk ook beter.

2. Conversatio Morum of dagelijks verbetermanagement betreft het veranderen van je gewoontes of levensstijl. Dit doe je door het te proberen met kleine haalbare dingen. Ipv nog een halfuurtje te zappen ’s avonds, start met het luisteren naar enkele minuten muziek. In het begin kost het moeite, op den duur gaat het vanzelf.

3. Obedientia (ob-audire of aandachtig luisteren) is letterlijk gehoorzamen en voelt beknottend aan. In de benedictijnse leer gaat het echter over het horen van het hart, je afstemmen op wie of wat je iets te zeggen heeft. Het gaat over luisteren en respons geven.

 

Wil Derkse heeft het ook over Benedictijns leiderschap. Dat staat voor mensen stimuleren tot groei. Wie extra verantwoordelijkheden draagt is diegene die uitblinkt in luisteren. De auteur ziet als kerntaak van de leider het ‘leiden van zielen’, hen oriëntatie bieden en hen in een geöriënteerde beweging zetten.

Het is vooral het hoofdstuk over tijdsmanagement dat mij initieel in het boekje had aangetrokken. Hoe gaan de Benedictijnen om met de tijd zodanig dat ze een gevulde agenda hebben én het nooit druk hebben? Een belangrijke stap in die richting is de ontwikkeling van een dagorde, een indeling van de dag die een bepaald ritme heeft, van inspanning en ontspanning, van orde brengen en met iets moois in contact zijn. Vier vaardigheden zijn essentieel: de kunst van het beginnen, de kunst van het ophouden, de kunst van de juiste houding tussen het beginnen en het ophouden én de kunst van het rekening houden met de seizoenen van de dag.

Hoe kunnen we het beginnen makkelijker maken voor onszelf en minder uitstelgedrag vertonen? Benediktus benadrukt in de regel dat we de afstand tussen appèl en respons zo klein moeten houden. De daad onmiddellijk bij het woord voegen. Bij wijze van spreken, het klokje luidt en je stapt meteen in het werk of de taak die je hebt voorzien. Het is vooral door oefening en vasthoudendheid dat het uitwendig conformeren aan het klokje, een inwendige gewoonte kan worden.

Ook ophouden kan moeilijk zijn. Zeker als je veel op je bordje hebt liggen of heel erg enthousiast bezig bent, kan je willen doorwerken en geen rust nemen. Te lang doorgaan is, zoals Wil Derkse het zegt, synoniem met fouten maken. Zelfs als je uitwendig gestopt bent met de taak, kan je er inwendig nog steeds mee bezig zijn. Het Benedictijns ophouden is het besef toelaten : nú ben ik met dit bezig. Bijvoorbeeld, ik fiets. Het is de aandacht bewust richten op iets positiefs zodat je niet blijft hangen in de gedachten aan datgene waarmee je bezig was. Ook hier is oefening de enige weg. Het kunnen ophouden is ontzettend belangrijk omdat het betekent dat je met de juiste houding kan beginnen aan het volgende.

Tussen ophouden en beginnen is er tijd. En vaak gaat de aandacht dan nog naar datgene waarmee we ophielden of maken we ons al zorgen over wat komt. Onze aandacht in die tussentijd gaat dus naar zaken daarbuiten. Het komt erop neer dat je de aandacht afwendt van wat is geweest en wat nog komen moet én dat je je aandacht richt op wat NU moet gedaan worden. Maar zelfs als je er in slaagt om je aandacht te houden bij de taak die voor je ligt, dan toch is er de verleiding om al bezig te zijn met het gereed hebben van de taak. Het gevaar hiervan is dat je tijdsdruk voelt, minder optimaal werkt en aan kwaliteit inboet. Benedictijnen leggen de ene taak neer en starten in dezelfde houding aan de andere, inclusief ontspanning en voeding, zonder bekommerd te zijn over het afkrijgen ervan. Die kalme doorgaande lijn zorgt voor ‘nooit druk’. Klinkt naïef en zelfs onmogelijk in onze VUCA wereld, maar iets van deze houding realiseren lijkt mij een grote stap vooruit.

De seizoenen van de dag slaan op de verdeling van energie in de loop van de dag, op tijd alleen spenderen of samen met anderen, en op stiltemomenten inbouwen tijdens de dag. Zo start je de werkdag best met datgene wat de meeste aandacht, concentratie en energie vergt. En eindig je hem rustig en waardig. Het is een kwestie van psychische hygiëne om de dag mooi te beginnen en ’s avonds in vrede af te sluiten met datgene waarover je tevreden bent en met datgene waarin je faalde. Al dan niet kan je rituelen bedenken voor die verschillende fasen.

Ik heb dit boekje vooral gelezen als een uitnodiging voor een aandachtige houding voor alles waarmee ik me bezighoud, en als dat niet blijkt te lukken, elke keer opnieuw te beginnen.

 

Met dank aan Inge Vanwaesberghe (lid van het coachnetwerk van de creatieve generalist) voor deze mooie samenvatting.

Is zelfkennis een fabeltje?

Is zelfkennis een fabeltje?

Ik heb een talentenprofiel. Nee, eigenlijk drie. Ik heb een Big 5 profiel. Een mapping van mijn top 5 waarden. Een persoonlijkheidsanalyse volgens het Enneagram (type 4-7-9 by the way). En oké, laat ik het maar toegeven, ik heb ooit ook eens een geboortehoroscoop laten opstellen. Ik hoef je er dus niet van te overtuigen dat het terrein van de ‘zelfkennis’ eentje is dat me bijzonder boeit. Zelfs als kind liet ik geen enkel ‘Ben je dit of dat’ testje uit de magazines van mijn mama blanco. Gelukkig is het niveau van de instrumenten er met ouder worden flink op vooruitgegaan 🙂

Maar ook mijn kijk op zelfkennis is sterk geëvolueerd. Dat dank ik vooral aan intensieve lectuur van vele, vele boeken, wetenschappelijk onderzoek en artikels vanuit diverse invalshoeken (psychologie, sociologie, filosofie, …). 

 

 

In een notendop, dit is wat er veranderde voor mij:

 

 

Zelfkennis is minder navelstaarderij geworden.

Het is eigenlijk dansen tussen enerzijds de focus op jezelf leggen en anderzijds de focus op anderen leggen. Het ‘zelf’ is niets als het niet in relatie staat tot andere menselijke relaties.

Mijn zelfkennis zal nooit helemaal de lading dekken.

M.a.w. ik koester niet meer de illusie dat ik mezelf helemaal kan kennen en heb er zelfs vrede mee dat mijn zelfbeeld voor een groot stuk uit ‘verhalen’ bestaat dat ik mezelf vertel.
 

Het ‘zelf’ is dynamisch. 

Ik laat verschillende kanten van mezelf zien naargelang de context waarin ik me bevind, maar evolueer ook in de tijd. Ook ben ik de zoektocht naar mijn ‘ware ik’ gestaakt.

Voor zelfkennis heb je anderen nodig.

Er is een kloof tussen hoe jij denkt dat je bent en wat anderen je zien doen. Feedback van anderen is voor het opbouwen van zelfkennis dus een must.

Je leert jezelf kennen door te doen (en te kijken).

Met introspectie alleen red je het niet. Het is in de actie dat je jezelf leert kennen én tegelijkertijd ook verder vormt. ‘Wat je doet, ben je’, zoiets.

Je ‘zelf’ valt niet samen met je gevoelens.

Je bent niet wat je voelt, wat een bevrijdende gedachte! Gevoelens zijn zeer waardevol, zeker. Maar ook heel tijdelijk. Ze zijn vooral bedoeld om gevoeld te worden, niet om je ermee te identificeren.

 

 

Maar wat heeft me dat nu allemaal concreet opgeleverd, buiten interessante inzichten?

 

  • Ik zet mezelf niet meer vast op een eigenschap of kenmerk die aan mezelf heb toebedeeld. ‘Zo ben ik nu eenmaal’ zal je niet snel van mij horen. Tegelijkertijd merk ik uiteraard wel patronen op die min of meer standvastig lijken te zijn, en die toets ik dan af door heel veel te observeren en te luisteren naar wat anderen me teruggeven. 
  • Ik laat me bij beslissingen minder leiden door gevoelens die me op dat moment parten spelen. Om een voorbeeld te geven: ik probeer onderscheid te maken tussen ‘angst voelen’ en ‘mijn buikgevoel zegt ja/nee’.  
  • Geraak ik in een kluwen van teveel ‘ik-gerichtheid’, dan probeer ik uit te zoomen en me af te vragen welke van mijn ‘zelven’ het meest zullen bijdragen tot hechte relaties met anderen. Een goede strategie bij keuzestress in het algemeen trouwens. 
  • In het geheel is de zoektocht naar mijn ‘zelf’ gewoon speelser en luchtiger geworden. Wat vaak het resultaat is als je iets gaat relativeren.

 

Voor iedereen die hier graag meer over leert, én ook concrete tips meepikt over hoe je de zoektocht naar jezelf op een andere manier kan aanpakken (en bijgevolg ook betere beslissingen kan nemen), is er deze reeks van drie webinars. Ze bouwen op elkaar verder, maar zijn ook apart te volgen. Op het programma staat:

 

 

Zelfkennis – waarom we soms vreemden voor onszelf zijn (opname verkrijgbaar)

Hoe ga je op zoek naar je zelf? Waarom is er zoveel gewicht op komen te liggen en wat is het effect daarvan op onze zoektocht? Hoe groot is de kloof tussen ons ‘bewuste ik’ en ons ‘onbewuste ik’? Hoe kunnen we onze blinde vlekken opvangen? (15 euro excl. BTW) 

 

Authenticiteit – niet te missen kompas of blok aan je been? (opname verkrijgbaar)

Bestaat er wel zoiets als een ‘authentiek zelf’? En wat bedoelen we eigenlijk met ‘authenticiteit’? Welke soorten zijn er, en hoe zet je ze best in? Wanneer zet authenticiteit je vast en hoe kijk je er dan best naar? (15 euro excl. BTW)

<Krijg toegang tot de opname van dit webinar>

 

Buikgevoel – hoe het jou op een verkeerd spoor kan zetten (28/8 om 11u30) 

‘Volg je intuïtie’, ‘Wat zegt je buikgevoel?’, ‘Breng je innerlijk kompas in kaart’: zijn dit adviezen en vragen die ons verder helpen? En uit wat bestaat dat ‘buikgevoel’ dan? Is het altijd te vertrouwen? Wanneer is het een hulp, en waneer is het een stoorzender? (15 euro excl. BTW)

<Schrijf je hier in>

 

 
Wil je je meteen opgeven voor de 3 webinars, dan krijg je maar liefst 10 euro korting, dus 35 euro i.p.v. 45 euro excl. BTW

<Schrijf je hier in voor de hele reeks mét korting>

 

De webinars duren telkens 1u, en de interactie verloopt via chat. Zelf ben je dus niet in beeld te zien. Kan je er de dag zelf niet bij zijn? Geen nood, je kan de opname ook nog achteraf bekijken.

Silvia Derom, multigepassioneerde coach en trainer en (co)auteur van het boek ‘Paradoxaal Coachen, hoe je tegenstellingen tot kracht maakt in leven, werk en teams’, maakte van veelzijdigheid haar specialiteit. Ze richt zich op creatieve generalisten, een doelgroep met een breed interesseveld en een grote behoefte aan variatie. Omgaan met dilemma’s, keuzestress, identiteitsvraagstukken en het aanboren van onontdekte talenten zijn voor haar dagelijkse kost. Ze benadert ze graag vanuit een ‘en-en bril’.

Jaarplanning in het teken van ‘én-én’

Jaarplanning in het teken van ‘én-én’

In 2019 experimenteerde ik voor de eerste keer met het opmaken van een jaarplanning en het ‘labelen’ van projecten (met kleuren) die er deel van uitmaken. Dat beviel me zeer goed, omdat ik zo in één oogopslag zicht kreeg op het al dan niet uitgebalanceerd zijn van die planning. Mijn valkuil is nl. dat ik constant nieuwe dingen aan het lanceren zou zijn, wat niet vol te houden is, mentaal noch financieel. Dit jaar ging ik nog een stapje verder. Ik vroeg mezelf af: wat als ik de tegenstellingen, die me vandaag heel hard bezighouden, zou meenemen in die planning? Het resultaat ontdek je hieronder, samen met een stappenplan om zelf ook aan de slag te gaan!

 

Stap 1: selecteer jouw polariteiten

Je kan hierbij één van deze twee vragen hanteren:

  • Wat zijn typische polariteiten voor jou?
  • Wat zijn de polariteiten die je momenteel bezighouden?

Als je niet zo goed weet wat te begrijpen onder ‘polariteiten’, en/of je kan er niet meteen de juiste woorden op plakken: deze lijst met veelvoorkomende polariteiten helpt je ongetwijfeld verder. Een voorbeeld is: ‘vernieuwing versus stabiliteit’.
Tip: voor deze oefening is het beter om max. drie polariteiten te selecteren. Probeer hier niet te lang over na te denken, maar kies de polariteiten die spontaan jouw aandacht trekken.

 

Stap 2: maak de gewenste verhouding helder

Hoe (en hoeveel) wil je beide polariteiten een plek geven?
Om op het voorbeeld verder te gaan: wil je een 50/50 verhouding tussen vernieuwing en stabiliteit? Of wil je de nadruk leggen op bv. stabiliteit (80% om maar iets te zeggen), maar af en toe ook een plek geven aan ‘vernieuwing’? Wil je ze apart van elkaar beleven, bv. stabiliteit in de professionele sfeer, en vernieuwing in de hobby’s? Of wil je een synthese tussen beiden, zoals ‘stabiele vernieuwing’ of een ‘vernieuwende stabiliteit’?

Een aantal suggesties die je kunnen helpen beter zicht te krijgen op waar je naartoe wilt met je polariteit:

  • Blader in tijdschriften en ga op zoek naar een beeld dat illustreert hoe jij je wilt voelen (met de polariteit in gedachten). Van daaruit kan je jezelf de vraag stellen: wat zegt dit nu over mijn ‘ideale verhouding’ met beide polen? 
  • Maak een mini-opstelling met poppetjes, lego, enz. Je kan dezelfde basisvraag nemen als hierboven, of een figuur zoeken die elke polariteit belichaamt en ze dan t.o.v. elkaar positioneren. Staan ze hand in hand bv? Of staan ze rug tegen rug? Staan ze ver van elkaar? Zijn er nog andere elementen in het verhaal belangrijk?
  • Ga aan de slag met de opstellingsoefening uit het boek ‘Paradoxaal Coachen’.

Nu ken je jouw polariteit en hoe je deze een plek wil geven. Had je er bij stap 1 meer dan één geselecteerd, dan doe je dezelfde oefening voor elke polariteit.

 

Stap 3: selecteer jouw projecten

Maak een lijstje van de projecten/ideeën waar je het komende jaar mee bezig wil zijn en giet deze in een tabel dat als jaarplanning kan dienen. Bij mij zag dit er zo uit:

Stap 4: maak ‘labels’ aan op basis van jouw polariteiten

Onderaan de tabel maak je een legende aan. Hier vermeld je elke pool van jouw geselecteerde polariteiten en geef je die een kleur. Bv.:
Vernieuwing > geel
Stabiliteit > zilvergrijs
Kennis opdoen > paars
Kennis doorgeven > zalm

Had je bij één van de polariteiten de wens om tot een synthese te komen, dan maak je hier een apart label van. We voegen dan bv. ‘vernieuwing in de stabiliteit’ toe.

 

Stap 5: geef jouw projecten kleur

Bekijk nu wanneer je aan welk project wil werken het komende jaar. Die gebieden kleur je in, volgens de labels die je voor jezelf opmaakte.
Vraag jezelf af: welke pool komt in dit project het sterkste naar voor? Als je het gevoel hebt dat er twee polen sterk vertegenwoordigd worden, dan zet je gewoon twee kleurenbalkjes onder elkaar, zoals ik o.a. deed bij het project ‘opleiding coachen van creatieve generalisten’:

 

Merk het verschil tussen projecten die voor mij een synthese zijn van twee polen (bv. de online learning community, zie het gebroken wit), en projecten waarbij de twee polen wel gescheiden blijven voor mij. Dit is het geval bij de coaching. Ik zit daar typisch in fases van vernieuwing (bij het toepassen van een nieuwe invalshoek bv.), die dan weer overgaan in fases van stabiliteit (lees: onderhouden en verderzetten van het geleerde). In mijn hoofd zijn die twee bewegingen eerder gescheiden van elkaar. Waarom weet ik ook niet precies, en misschien evolueert dat nog. Het belangrijkste is dat je daar je eigen ritme en interpretatie volgt.

 

Stap 6: doe de check

Bekijk nu jouw planning vanop een afstand. Wat valt je op? Klopt het plaatje? Komt elke pool tot zijn recht zoals jij het graag zou willen (denk aan stap 2)? Word je blij van deze planning? Indien niet, wat dient er te veranderen? 
Heb je bv. een overdaad aan de pool ‘stabiliteit’, terwijl je eigenlijk voor een 50/50 verhaal wou gaan? Misschien moeten er een aantal projecten schuiven naar een volgend jaar, zodat er ruimte komt voor pistes waar je jouw behoefte aan vernieuwing op kan loslaten.

Stap 6 was voor mij niet helemaal een ‘wauw’ gevoel. Zo miste ik bijvoorbeeld nogal wat blauw (loslaten) en paars (kennis opdoen) in de tabel. Het geeft me aan waar ik zeker aandacht aan wil besteden in mijn niet-professionele context, maar ik wilde het ook al meer plek geven binnen het werkgedeelte. Een paar aanpassingen later kwam ik dus tot dit:

De stipjes zijn wat mij betreft ideaal om iets aan te geven dat wel aandacht vraagt, maar geen zware focus is. Zo is de pool ‘streven’ bij de online learning community zeker aanwezig (ik link daarmee de promotionele taken die ik hierrond te doen heb), maar is het niet van die grootte zoals bij een lancering waar je toewerkt naar één inschrijvingsmoment. Aan jou om creatief te zijn en eventueel je eigen varianten te bedenken! Dat geldt overigens ook voor de tijdspanne waarvoor je je planning maakt. Plannen in blokken van zes, of zelfs drie maanden gaat ook! Doe vooral wat werkt voor jou.

 

Wil je graag meer uitleg bij deze oefening en doe je het liever niet alleen? Vraag je jezelf af hoe je ook nog voldoende ruimte houdt voor onverwachte dingen die op je pad komen? En hoe je deze manier van plannen flexibel kan inzetten? In de online learning community van de ‘creatieve generalist’ gaan we er verder mee aan de slag!  

Een verbinder kiest niet, maar vermeerdert

Een verbinder kiest niet, maar vermeerdert

De klassieke invulling van de verbinder is die van de vlotte netwerker en ideeënspuier die op jouw verhaal vaak als respons heeft ‘ken je die persoon al?’, of ‘weet je wie jij eens zou moeten contacteren?’, of ‘heb je al gedacht om het zus of zo aan te pakken?’. Misschien denk je nu meteen aan iemand uit jouw omgeving. Of herken je jezelf, wie weet! 

 Maar verbinden kan nog zoveel meer zijn dan dat. Naargelang de invulling worden trouwens ook andere namen gebruikt, zoals ‘bruggenbouwer’, ‘grenswerker’, ‘boundary worker’, enz. Gelukkig kunnen we, om iets beter te begrijpen wat het ‘verbinder zijn’ precies inhoudt, terugvallen op het werk van verschillende auteurs en onderzoekers. In dit artikel verwijzen we alvast naar vier auteurs die hun licht hebben laten schijnen over het fenomeen. 

 

1 + 1 = 3

 

De meest gekende auteur die het woord ‘connector’ gebruikt, is Malcolm Gladwell. In zijn boek ’The Tipping Point’ beschrijft hij connectors als mensen die altijd wel een gouden tip achter de hand hebben of iemand anders kennen die je een stap verder kunnen brengen. De ‘connector’ van Malcolm Gladwell is een charismatisch persoon die makkelijk vrienden maakt en mensen op hun gemak stelt. Eigenlijk dus een beetje de invulling waarmee we dit artikel introduceerden. 

 

Marcus Buckingham, die jarenlang onderzoek deed naar leiderschap- en loopbaanmanagement voor Gallup, omschrijft in het boek ‘Verbeter je sterk punten’, negen ‘sterkste rollen’ die mensen al dan niet van nature opnemen (je hebt meestal 2 rollen die voor jou dominant zijn). Die rollen zijn eigenlijk een combinatie van verschillende talenten of sterke punten. Eén van die rollen is die van ‘de netwerker’ die altijd op zoek is naar het samenbrengen van mensen of ideeën om iets groter en beter te maken dan het nu is. Buckingham vindt verbinders of ‘netwerkers’ zo waardevol omdat ze oog hebben voor wat mensen samen tot stand kunnen brengen en ervan overtuigd zijn dat iedereen iets unieks in te brengen heeft in een situatie of vraagstuk. 1+1=3 als het ware. En toch is Buckinghams ‘netwerker’ niet de enige van zijn rollen die kunnen gelinkt worden met verbinders, maar daar later meer over. 

 

Bedenken, samenbrengen en uitvoeren

 

Want nu kreeg je misschien het beeld van de verbinder als sociale tafelspringer, of rasechte netwerker. En dat blijkt dus niet altijd te kloppen. Bij de Amerikaanse Erica Dhawan vonden we een beschrijving van drie type connectors. De types verduidelijken wat en wie een verbinder dan precies samenbrengt: 

 

  • The Thinker is heel nieuwsgierig en leergierig. Hij/zij combineert kennis en inzichten en creëert daarmee iets nieuws. Voor wie Austin Kleons boek kent: ‘steal like an artist’ dus. Nieuwe dingen kunnen ontstaan door oudere ideeën op een nieuwe manier samen te brengen of ideeën uit los van elkaar staande domeinen te linken aan elkaar. Ook ‘ongewone’ vragen stellen is een talent van de ‘denker’. Denkers hebben soms moeite om hun ideeën ook werkelijk de wereld in te sturen en/of zijn minder geïnteresseerd in het uitvoeren ervan. Zij omringen zich best met ‘executors’, zie verder.
  • The Enabler is diegene die dingen mogelijk maakt. Enablers zetten bijvoorbeeld structuren of teams op en zorgen ervoor dat ideeën kunnen gevormd worden en synergieën ontstaan. Het kan ook de man of vrouw achter de schermen zijn, of de ‘poppenspeler’. Enablers zijn de geknipte personen om de thinkers en de executors samen te brengen! Ook zoeken ze best naar hoe ze op nog grotere schaal kunnen samenbrengen.

     

  • The Connection Executer verzamelt de middelen en de mensen om iets gedaan te krijgen. Vaak gaat hij/zij op zoek buiten het eigen werkgebied. De ‘enablers’ zijn activerend en mobiliserend. Ze zorgen er best voor dat ze zich zoveel mogelijk blootstellen aan nieuwe ideeën (hallo, thinkers!)

 

Tweebenigheid

 

Maar ook dichter bij huis wordt het thema uitgepluisd. De Nederlandse Martine de Jong -adviseur, procesbegeleider en coalitiebouwer bij Twynstra Gudde en onderzoeker bij de Urban Futures Studio aan de Universiteit Utrecht- deed onderzoek naar ‘grenswerkers’ of ‘boundery workers’. Dat zijn mensen die met een been in hun organisatie staan en met het andere been in de echte wereld of andere netwerken. Zij onderscheidt 5 ’signaturen’ of klemtonen en stelt dat grenswerkers twee (of drie) van die signaturen combineren: 

 

  • De gedreven voorvechter: brengt mensen samen door hen te inspireren en hen een gezamenlijk toekomstbeeld voor te houden. Ze worden vaak ingezet voor samenwerkingsprocessen die vernieuwend en ambitieus zijn. Ze hebben uitgesproken waarden en principes en zetten zich in voor een betere wereld. Om eventjes terug een linkje te leggen met Marcus Buckingham, hij omschrijft dit type in de rol van de ‘beïnvloeder’: iemand die mensen voor zich kan winnen en wiens grootste talent overtuigingskracht is.

 

  • De betrokken relatiebouwer: focust niet op de inhoud, maar streeft naar duurzame relaties opbouwen. De betrokken relatiebouwer heeft een sterke sensitiviteit en creëert een context waarin mensen zich veilig voelen Het doet ons ook heel hard denken aan de rol van ‘provider’ door Buckingham beschreven: mensen die vertrekken vanuit de vraag ‘alles goed met iedereen?’ en ervoor kunnen zorgen dat iedereen zich betrokken voelt.

 

  • De grondige ontwerper: kan je vergelijken met de denker van Erica Dhawan. Hij of zij levert grote meerwaarde bij inhoudelijk complexe thema’s (waar veel partijen bij betrokken zijn). Hij of zij biedt de betrokkenen overzicht en inzicht.  Buckingham omschrijft dit ook in de rol van de ’schepper’, die als missie heeft om patronen te ontdekken in de warboel van het leven. Samenhang ontdekken is hier de sleutel.

 

  • De gezaghebbende onderhandelaar: diegene die je nodig hebt bij crisissituaties. Hij of zij is pragmatisch, charismatisch en daadkrachtig en weet mensen aan elkaar te binden door hun onderlinge afhankelijkheid zichtbaar te maken. Ook hier zien we nogal wat overeenkomsten met de ‘beïnvloeder’ van Buckingham, die anderen als geen ander weet te charmeren en niet bang is van een beetje weerstand.

 

  • De vindingrijke vormer: de meest onconventionele van de hoop. Hij of zij is het meest effectief in een omgeving met weinig kaders. Zo iemand is nodig bij de start van een samenwerking of op het moment dat het voorgaande niet heeft gewerkt. Hij of zij denkt heel organisch. Spontaan leggen we hier een link met de rollen van ‘netwerker’ en ‘pionier’ die Buckingham beschreef. De netwerker vraagt zich af ‘wie of wat kan ik samenbrengen?’.  De pionier is van nature een onderzoeker die enthousiast wordt voor dingen die hij/zij nog niet geeft gezien, of mensen die hij/zij nog niet heeft ontmoet.

 

Verbinders zijn katalysators

 

Deze typebeschrijvingen en verschillende invalshoeken maken alvast duidelijk dat ‘dé verbinder’ niet bestaat. Of je de rol opneemt én hoe je hem invult, heeft veel te maken met wat jouw talenten zijn en in welke context je vertoeft.

 Wat wel duidelijk is, is dat verbinders het verschil maken op deze domeinen: 

  • Ze spelen een cruciale rol als het op innovatie aankomt. Ofwel omdat ze zelf ideeën en inzichten weten te verbinden tot iets nieuws, ofwel omdat ze contexten creëren van waaruit innovatie kan ontstaan.
  • Het zijn zijn echte katalysators. Door dingen, ideeën en mensen samen te brengen, zorgen ze ervoor dat samenwerkingen, uitvindingen, ideeën, levensvatbaar zijn of worden opgepikt. 
  • Ze zijn de lijm (of brug) tussen aparte werelden en kennisdomeinen.
  • Ze behouden het overzicht op het geheel.

 

Credits

 

Dit artikel vebindt kennis en inzichten van: 

Smaakt dit naar meer?

 

Dit is nog maar het begin van onze exploratie rond verbinders! Onze plannen zijn om: 

  • de bestaande kennis over deze rol te verbinden met elkaar (hoe meta is dat!),
  • een link leggen tussen de verschillende type verbinders en specifieke talenten die hier aangesproken worden, 
  • concrete voorbeelden te verzamelen van verdienmodellen (zowel voor ondernemers als loontrekkenden) die het toelaten om net als verbinder de kost te winnen,
  • het vooral ook allemaal te gaan aftoetsen in de praktijk en te ‘stofferen’ met verhalen uit het leven gegrepen.

 

Wil je dit graag blijven volgen, dan is er één adres: de online community/het leerplatform van de ‘creatieve generalist’. Daar zullen ook verschillende interviews met verbinders gepland worden. De community ziet het daglicht op 1 januari 2020, maar je kan je hier al lid maken en nog genieten van de early bird actie:

 

Van chaos naar helderheid. In welke fase zit jij?

Van chaos naar helderheid. In welke fase zit jij?

Inzicht hebben in wat de verbindende lijnen zijn in jouw veelheid kan een enorme rust teweeg brengen. Maar het schept ook helderheid voor anderen. Je maakt je verstaanbaar zonder jezelf te moeten beperken tot ‘één ding’. Je overtuigt mensen om met jou samen te werken nét omdat je zo veelzijdig bent. Hoe zalig klinkt dat? Maar de weg van chaos naar helderheid is niet bepaald ‘a walk in the park’. Het verloopt vaak in stapjes en heeft zijn tijd nodig. Eigenlijk kan je zelfs spreken van verschillende ‘stadia’ in de Rode Draden-zoektocht. Ik benoem ze als:

 

De ik-ben-een-ongeleid-projectiel fase

 

Je hebt het gevoel dat het alle kanten opgaat en jouw hoofd tolt ervan! Wanneer iemand jou vraagt om uit te leggen wie je bent/wat je doet, zou je het liefst heel hard wegrennen. Je komt niet uit je woorden, of je vervalt net in een stortvloed van woorden, en anderen kijken je alleen maar bedenkelijk of verward aan. Ook is het jou helemaal niet duidelijk waar je prioriteiten nu liggen voor de komende maanden/jaren. Rode draden, richting, focus? * I wish!*

 

De ik-zie-draden-in-de-verte fase

 

Je beseft wel dat er verbanden zijn tussen de vele dingen die je doet (en die jou interesseren), maar je krijgt het nog niet helemaal te pakken. Je ziet verschillende mogelijkheden, richtingen, zonder helemaal zeker te zijn. Best frustrerend, het ‘bijna, maar toch nog niet’ gevoel. Zeker wanneer je het wil uitleggen aan anderen, want die kan je helaas niet meenemen in je hoofd…

 

De ik-zoek-nog-naar-de-juiste-woorden fase

 

Voor jezelf is het helder. Je weet wat de verbindende factoren zijn in jouw ‘veelheid’. Maar het uitleggen aan anderen verloopt nog wat stroef. Hoe begin je er aan? Hoe verwoord je dat nu op een manier waarop anderen helemaal mee zijn? En wanneer zet je welk ‘type’ rode draad in? Daar heb je nog een kluif aan. 

 

De ik-vind-het-moeilijk-om-mezelf-te-promoten fase

 

Hmmm, dit is natuurlijk vaak veel meer dan een ‘fase’. Grote kans dat je deze al even meesleept. Het gebeurt zelfs al eens dat de twee vorige fases gebruikt worden al ‘excuus’ om niet met deze onruststoker aan de slag te gaan. Maar dus, je kwam nu tot het besef dat je je rode draden eigenlijk wel kent, en er de woorden voor hebt, maar toch blijft het wringen. Misschien ben je stiekem bang dat als je je nek uitsteekt, mensen er ook iets ‘van gaan vinden’? Dat je commentaar krijgt. Of dat je, nog erger, op je bek gaat. Ga eens na: waarom precies vind jij het eng om met je verhaal naar buiten te komen? Wat probeer je te vermijden? 

 

De ik-zit-in-de-rode-draden-hemel fase

 

Je weet waar je voor staat, je ervaart rust in je hoofd én je kan anderen daar probleemloos in meenemen. Ook zij geraken enthousiast over jouw verhaal en dit vertaalt zich in leuke jobs/opdrachten/klanten. De Rode Draden hemel dus!

  

De ik-wil-nieuwe-laagjes-toevoegen fase

 

Je hebt een tijd op een wolkje geleefd en alles gaat prima. Maar nu merk je dat jouw boodschap niet bij iedereen even goed aanslaat, of je wil variatie brengen in je verhaal. Kortom: je hebt nood aan een rijker gevulde rode-draad koffer. Je gaat op zoek naar andere opties om jezelf te begrijpen én uit te leggen. Zijn er nog andere lijntjes, andere invalshoeken te ontdekken in jouw verhaal? Is er nog een diepere laag te ontdekken? Het maakt jou wel nieuwsgierig!

  

De ik-vind-mezelf-opnieuw-uit fase

 

Je bent toe aan iets nieuws. Een nieuw project, een nieuw thema, een nieuwe doelgroep… Wat betekent dit voor de rode draden die je tot nu toe zag en gebruikte? Wat blijft ’stabiel’ en wat is aan vernieuwing toe? Een spannende fase, van dingen in vraag stellen en jezelf opnieuw heruit te vinden!

 

 

Waar bevind jij je?

 

Nu klinkt het een beetje alsof je die verschillende stadia altijd in deze volgorde afloopt. Uiteraard is dat in realiteit niet altijd zo. Misschien heb jij je nooit een ongeleid projectiel gevoeld, of sloeg jij de ik-zoek-nog-naar-de-juiste-woorden fase over. Maar deze opdeling kan wel helpen om jezelf af te vragen waar jouw behoeftes op dit moment precies zitten. En ook om te beseffen dat het een cyclisch proces is. We doorgaan allemaal fases waarin het (terug) chaotisch is en we het gewoon ‘niet weten’. 

 

Je hoeft dit niet alleen te doen. Een aanbod voor jou!

 

We organiseren een gratis challenge in de week van 7 september 2020. Lees er hier meer over en doe mee!

 

Pin It on Pinterest