Ben ik een creatieve generalist? Ontdek het met deze 10 vragen

Ben ik een creatieve generalist? Ontdek het met deze 10 vragen

Overloop deze vragen en houd alle ‘ja’s’ bij:

 

1. Verlies je makkelijk jouw interesse in iets éénmaal je begrijpt hoe iets werkt?

 

2. Had je vroeger een hekel aan de vraag ‘Wat wil je later doen?’ omdat je werd verwacht maar één antwoord te geven?

 

3. Vind je het leuker om plannen te bedenken dan je te concentreren op details om die plannen waar te maken?

 

4. Vind jij het haast onmogelijk om te antwoorden op de vraag ‘Wat zie je jezelf doen binnen 5 jaar?’ 

 

5. Vind je het moeilijk om keuzes te maken?

 

6. Vond je het moeilijk om een studierichting te kiezen?

 

7. Had je geen moeite met het kiezen van een studierichting, maar kon je jezelf niet voldoende motiveren om bij dit vak te blijven na je studies?

 

8. Vind je het idee dat je je hele carriere hetzelfde moet doen verschrikkelijk? Voel je, na bv. slechts een jaar of twee, kriebels om iets anders te gaan doen?

 

9. Krijg je vaak te horen dat je moet leren focussen en ‘gewoon’ iets moet kiezen?

  

10. Heb jij veel onafgewerkte projecten en start je desondanks vrolijk met iets anders?

 

 

Heb je min. 5 ‘ja’s’ verzameld (of 3 zeer sterke ‘ja’s’)?

Dan ben je heel waarschijnlijk een creatieve generalist of multipotential!

 

(Vrij vertaalde test van M. Lobenstine, auteur van ‘Renaissance Soul’) 

 

 

 

GRATIS KENNISMAKINGSGESPREK

Van burn-out naar bore-out, hoe vermijd je dit als creatieve generalist

Van burn-out naar bore-out, hoe vermijd je dit als creatieve generalist

 

Een burn-out meemaken is geen pretje en blijft nog heel lang nazinderen. Je doet er dan ook alles aan om het nooit meer te hoeven meemaken. Een gezonde beschermingsmechanisme toch? Of kan je daar ook te ver in gaan?

Wat ik merk in mijn praktijk voor creatieve generalisten en multipotentials, is de neiging om van het ene uiterste naar het andere te gaan. Zowel in loopbaancoaching als ondernemerscoaching worden interesses, talenten, drijfveren verkend. Soms komen zelfs oude passies of interesses terug naar de oppervlakte. Het enthousiasme dat onder een berg angst en/of bezorgdheid bedolven zat, is plots weer zichtbaar. En daar schrikken veel mensen van. Hun enthousiaste, gedreven zelf is nl. dezelfde persoon die nietsvermoedend in de burn-out valkuil is gewandeld. Die 1001 projectjes tegelijkertijd lopen had. Die nooit genoeg kon krijgen van nieuwe dingen bijleren. Reden genoeg dus om alle alarmbellen te laten afgaan! Het resultaat? Je gaat je talenten schuwen. ‘Je rustig houden’ evolueert dan niet zelden in (chronische) verveling, of bore-out.

 

Wat kan je dan wél doen?

 

Rusten doe je op jouw manier!

Wellicht heb je tijdens jouw burn-out bergen goedbedoeld advies gekregen. Je ‘moet’ rusten, je ‘moet’ gaan wandelen, dergelijke standaardadviezen. Het probleem met zulke adviezen is dat ze inderdaad standaard zijn. Niet perse op jouw maat dus. Rusten en recupereren doet niet iedereen door in de zetel te liggen. Gaan wandelen is niet voor iedereen de meest prettige vorm van ‘aan beweging doen’.

Ga eens na waar jij van recupereert. Laad jij jezelf op door een boek te lezen, of naar een lezing te gaan luisteren? Of is met jouw handen bezig zijn, bv. in de tuin, een activiteit waarbij je de tijd uit het oog verliest? Of misschien leer je als multipotential graag een nieuwe skill via You tube video’s? Zet dan vooral op die dingen in. Meer mogen, minder moeten dus!

 

Geen burn-out, maar ook geen bore-out: de juiste dosis prikkels

Frouke Vermeulen, auteur van ‘Vechten tegen verveling’ spreekt over een onderscheid tussen prikkelintensiteit en prikkelkwaliteit. Het eerste heeft te maken met de hoeveelheid prikkels die je op een dag ervaart. Zijn het er te weinig? Dan treedt verveling op. Zijn het er teveel? Dan kan je overprikkeld geraken en is herstel nodig. Het tweede heeft te maken met de inhoud van de activiteiten die je onderneemt. Sluit dit aan bij jouw talenten, bij de dingen waarvan je energie krijgt? Dan kan je spreken van een hoge prikkelkwaliteit. Het spreekt voor zich dat dit voor elke creatieve generalist of multipotential anders is.

Waar het bij de prikkelintensiteit aankomt op ‘niet te veel, niet te weinig’, geldt bij prikkelkwaliteit de ‘hier kan je niet in overdrijven’ regel. Waar mensen meestal bang van zijn, is dat de prikkelintensiteit weer te grote proporties aanneemt. Hierbij zien ze de prikkelkwaliteit soms verkeerdelijk ook als boosdoener, denk aan uitspraken genre ‘Ik wil niet meer met mensen werken, want dan ga ik daar te ver in’. Het is van vitaal belang dat je de activiteiten die je enthousiasmeren juist niet uit de weg gaat. Het zijn net deze activiteiten die jouw batterijen opladen. Zie het als een energiereserve die je extra veerkracht geeft op de momenten dat je teveel prikkels te verduren krijgt.

 

Ken jouw talenten

Om met de vorige tip aan de slag te kunnen, is het natuurlijk handig om zicht te hebben op wat jouw talenten precies zijn. Je kan hier op verschillende manieren mee aan de slag. Een paar suggesties:

  • Start gedurende min. 3 weken een logboek en noteer van welke activiteiten je energie krijgt, wanneer je de tijd uit het oog verliest, enz. Na een week kijk je telkens even terug en probeer je patronen te detecteren.
  • Lees het boek ‘Stop burn-out’ van Luk Dewulf.
  • Zoek een loopbaancoach die ook bedreven is in het voeren van talentgesprekken. Zoek iemand die een onderscheid maakt tussen talenten (je laadt jouw batterij op) en competenties die geen talenten zijn (je kan het goed, maar wordt er zelf niet blij van). Je zal je hierna nooit meer betrappen op uitspraken zoals: ‘ik heb geen echt talent’, zoals multipotentials zo vaak doen ;-).

 

Spelen en experimenteren

Probeer wat dingen uit vooraleer je echte engagementen aangaat. Geef jezelf de tijd om te ondervinden of iets werkt voor jou. Zo kom je ook jouw bezorgdheid tegemoet: blijkt het geen goede piste te zijn, dan kan je nog altijd terug. Maar meestal komt het hierop neer: je geeft jezelf de kans om terug te ervaren wat het is om op te gaan in een activiteit, betrokken te zijn én tegelijkertijd energie te krijgen. Deze aanpak is trouwens ook een aanrader voor al wie kampt met het ‘ik kan niet kiezen-syndroom’.

 

Zie vermoeidheid niet perse als een slecht teken

Het valt niet altijd haarfijn uit te leggen en toch snappen de meeste mensen wel wat je bedoelt als je zegt dat er een goede vermoeidheid bestaat en een slechte vermoeidheid. Misschien valt de goede versie wel nog het best te omschrijven als ‘moe maar voldaan’. Als er gepraat wordt over activiteiten die je energie opleveren, wordt hier dus vooral mentale energie mee bedoeld. En die kan je ook voelen als je uitgeteld in je zetel neerploft na een dagje klussen op de school van je kind bv.

 

Verken en erken jouw bezorgdheid

Merk je dat je ondanks alles nog steeds op de rem gaat staan? Kijk dan naar wat er precies aan de hand is. Ben je inderdaad bang of bezorgd dat het de verkeerde richting zou uitgaan en dat het terug richting burn-out zou gaan? Prima, dit is op zich een gezonde beschermingsreflex. Maar laat het jou niet verlammen.

Hoe kan je stappen zetten in wat je enthousiasmeert, nieuwsgierig maakt én tegelijkertijd bewaken dat je ook voldoende rust- en herstelmomenten inbouwt? Dat is een veel constructievere vraag!

 

Kijk naar de hele context

Om even terug te gaan naar het optimale energieniveau van daarnet: prikkels zijn alle dingen die tot jou komen op een dag, en daar horen dus ook bv. voeding en omgevingsfactoren bij. Ben je bang om overprikkeld te worden, breng dan eens alles in kaart. In wat soort omgeving vertoef je? Woon je in een drukke buurt, heb je een huis vol drukke kinderen, of staat de tv vaak op, enz.? Voor alle duidelijkheid: deze factoren zijn niet perse problematisch (noch altijd te controleren), maar ze maken wel deel uit van het geheel! Ook jouw voeding en slaapkwaliteit zijn hier van groot belang. Veel suikers nuttigen, of veel koffie drinken zijn evengoed factoren die jouw lichaam een zekere stress bezorgen. Mijn boodschap is niet om hier een obsessie van te maken. Breng het gewoon mee in rekening wanneer je op zoek gaat naar jouw ideale prikkelniveau, of jouw ‘sweet spot’, en bescherm jezelf niet allen voor een (nieuwe) burn-out , maar ook voor een bore-out!

Noem jezelf nooit meer ‘duizendpoot’ of ‘manusje-van-alles’

Noem jezelf nooit meer ‘duizendpoot’ of ‘manusje-van-alles’

Als creatieve generalist, multipotential of slashie is het vaak geen evidentie om te antwoorden op de vraag: ‘wie ben jij?’ of ‘wat doe jij?’. Al snel worden dan de woorden ‘duizendpoot’, ‘manusje-van-alles’ of ‘allrounder’ bovengehaald. En dat is jammer. Het vertelt jouw gesprekspartner nl. niets, én je doet er jezelf mee tekort.

Maar wat dan wél? Hoe maak jij duidelijk aan de buitenwereld waarvoor ze je mogen wakker bellen, zonder jezelf in een hokje te wurmen? Simpel: ga op zoek naar de verbindende lijnen in de veelheid of… vind de rode draad in jouw verhaal!

 

Wat is een rode draad en welke verschillende soorten kan je inzetten?

 

Een rode draad is een gemeenschappelijke factor, een lijn die je kan terugvinden in alles wat je doet. Het ‘bos’ in jouw ‘bomen’ zeg maar. Rode draden komen in verschillende soorten en maten. De ene is niet perse belangrijker dan de andere, maar ze dienen vaak gewoon een ander doel. Voor zover dat mogelijk is (want soms heb je wel een overlap), kan je ze opdelen in 4 verschillende categorieën:

 

1. De waar-doe-ik-het-voor rode draad

Deze dient voor jezelf als keuzekompas, maar je kan het ook in je communicatie verwerken om klanten emotioneel te laten connecteren met jouw verhaal. Als je vertelt vanuit jouw ‘waarom’, heb je meestal de aandacht te pakken van de tegenpartij en wordt die ook nieuwsgierig naar jouw ‘hoe’ en ‘wat’.

Luister maar eens naar het verhaal van Slow Photographer Ake van der Velden: “Ik hou van Mooi, niet het soort mooi waar je het een beetje koud van krijgt maar het mooi dat een connectie tot stand brengt, het mooi waarin je jezelf herkent en jou de mooiste versie van jezelf toont. Ik hou van Minimalisme, het minimalisme dat rust brengt. Jouw verhaal in beeld, in een omgeving waar je je ware kleuren mag tonen. Ik hou van Slow Photography, waarin ik de tijd mag nemen om je te laten zien hoe waardevol jij bent. Ik hou van mooi. Mijn naam is Ake en ik hou ervan je te tonen hoe mooi en waardevol jij bent.

 

2. De wat-doe-ik-eigenlijk rode draad

Maar wat doe je dan precies? Als creatieve generalist kan dat natuurlijk heel veel zijn, en is het sowieso niet slim om in droge opsommingen te vervallen. Een manier om dit te bundelen is te kijken naar wat het effect is van wat je doet. Handig voor als je jezelf moet pitchen, maar ook om aan jouw opdrachtgever en/of klanten duidelijk te maken wat je voor hen oplost.

Bij ‘content queen’ Anouck Meier gaat dat als volgt: “Ik leer ondernemers, dienstverleners, vrije beroepers, coaches & consultants hoe je met steengoede content bovendrijft in een zee van online middelmatigheid, clickbait & fake news. Geen gortdroge bedrijfs-blabla, maar waardevolle informatie waarmee je je doelgroep aantrekt en overtuigt.”

 

3. De wie-ben-ik eigenlijk rode draad

Als je een uitgesproken persoonlijkheid, stijl of rol hebt, kan je dit gebruiken als kapstok. Want een label hoeft niet altijd slecht of beperkend te zijn. De kunst is om er één te vinden die jouw gesprekspartner waardevolle info geeft maar ook nieuwsgierig maakt, én jou nog voldoende speelruimte en vrijheid biedt.

Je kan zelfs combinaties maken, of een meervoudige identiteit gebruiken, zoals bijvoorbeeld Arnout Van den Bossche doet met zijn ‘jobomschrijving’ als ‘Chief Executive Comedian’, waarbij hij een mooie link legt tussen zijn verleden als consultant in het bedrijfsleven en zijn huidige rol als comedian. (Die link is trouwens ook een rode draad in zijn show ‘Burn-out voor beginners’ en zijn cartoons in Metro.)

 

4. De wie-bedien-ik eigenlijk rode draad

Een rode draad zit hem natuurlijk ook vaak in de doelgroep of de klanten voor wie jij het liefste werkt. Wie bedien jij eigenlijk? Voor wat type mensen los jij iets op? Als het antwoord hierop specifiek genoeg is, kan dit heel handig zijn om jouw verhaal te positioneren.

Zo richt Lien De Pau, serieel onderneemster en oprichtster van de Business School ‘Travak’, zich op vrouwelijke solo-ondernemers die zichzelf zien als ‘freedompreneur’, of ‘goestendoenders’ zoals zij ze soms noemt.

 

Wil je meer te weten komen over deze verschillende soorten rode draden en hoe je ze in de praktijk kan toepassen?

Schrijf je dan snel in voor de gratis challenge die begin september start!

Een levensregel voor beginners

Een levensregel voor beginners

Een van de betere dingen die me overkomen is tijdens de Covid19 lockdown is het boekje van de Nederlandse filosoof en hoogleraar wijsbegeerte Wil Derkse: ‘Een levensregel voor beginners’. Het stond al een tijdje in mijn kast en leek nu een behapbaar stukje literatuur, ideaal voor die bijzondere weken in april 2020 en de ingetogen stemming waarin ik me bevond. De pauzeknop was ingedrukt, mijn leven en dat van mijn gezin speelde zich voornamelijk af binnen de muren van ons huis en tuin. In essentie is het boekje een boeiend essay over het toepassen van de benedictijnse inspiratie en daarmee verbonden levensstijl op het dagelijks leven buiten de muren van het klooster, in alle vormen van onze samenleving en samenwerking: een gezin, team of organisatie. De monastieke geloften worden toegepast op leiderschap i.e. mensen stimuleren tot groei en tijdsmanagement.

 

Eerst beschrijft Wil Derkse 3 karakteristieke eigenschappen van het benedictijnse abdijleven:

1. Alles gebeurt met aandacht. “To attend and get things right” als beginsel van een goed leven volgens de schrijfster Iris Murdoch. Of je nu werkt aan een professionele taak of je bent de vaat aan het doen, doe het met aandacht. Als creatieve generalist is dit best een uitdaging. Door vele interesses en ideeën, is mijn aandacht vaak verdeeld. Terwijl ik kleinere of makkelijkere taken doe, ben ik al aan het denken aan wat mij nog allemaal te wachten staat. In de douche overloop ik al mijn dagplanning. Maar daardoor mis ik soms het genot van water voelen en de geur van shampoo. Mindfulness avant la lettre.

2. Het belang van schoonheid en orde. Alles wat binnen de abdij gebeurt, tracht men kwalitatief te doen, met zin voor orde en schoonheid. Het belang van die uitstraling en kwaliteit zit ook in kleine dingen. Van de vaas met bloemen, tot netjes gerangschikt gereedschap of een aantrekkelijke boekenkast of webpagina. Schoonheid en orde kunnen aanstekelijk werken. 

3. Alle taken zijn gelijkwaardig. De ene taak is niet belangrijker dan de andere. Een presentatie maken voor het directiecomité is niet belangrijker dan de vloer vegen. Het zijn verschillende dingen maar wel gelijkwaardig. Ook de houding die je aanneemt bij die taken is relevant: “In de kapel moet je je gedragen zoals tijdens de recreatie: ontspannen. En tijdens de recreatie moet je je gedragen zoals in de kapel: met waardigheid.” Alle taken zijn dezelfde aandacht waard. Maar deze houding blijkt niet zo gemakkelijk te verwerven. Door alle taken gelijkwaardig te zien en ze allemaal evenwaardige aandacht te bieden, nemen ze toe in kwaliteit. Als je de vloer goed veegt, zal die presentatie voor de directie ook aan kwaliteit winnen wanneer die op de agenda staat. Tijdens de lockdown vond ik soms troost in deze regel. Sommige mensen waren bezig met levens te redden, terwijl ik mijn beroep niet kon uitoefenen en me richtte op projecten in het huis die ik zelf soms onderwaardeer tov professionele activiteiten.

 

Benedictus – zelf een leek en geen gewijd clericus – noemt zijn levensregel uitdrukkelijk een ‘regel voor beginners’. Iedereen blijft zijn of haar leven lang beginners. Ook al oefen je, je wordt niet bevorderd naar een volgend niveau. Er is alleen de regel voor beginners, er is geen regel voor gevorderden, er is maar één niveau. Je blijft dagelijks beginner op weg naar een betere levenskwaliteit. Het is vallen en weer opstaan. Vallen en weer opstaan. Ik vind dat een geruststellende gedachte.

Ook de 3 oorspronkelijke Benedictijnse geloften van stabilitas, conversario morum en obedientia worden in het boek vertaald naar onze samenwerkingen en samenlevingen:

1. Stabilitas gaat over een volgehouden commitment. Het is niet-weglopen van de context waarvoor je gekozen hebt. Niet omdat je verplicht bent maar omdat je het van harte doet. Opnieuw geldt ook hier dat de dingen gedijen bij aandacht – en wij gedijen dan tegelijk ook beter.

2. Conversatio Morum of dagelijks verbetermanagement betreft het veranderen van je gewoontes of levensstijl. Dit doe je door het te proberen met kleine haalbare dingen. Ipv nog een halfuurtje te zappen ’s avonds, start met het luisteren naar enkele minuten muziek. In het begin kost het moeite, op den duur gaat het vanzelf.

3. Obedientia (ob-audire of aandachtig luisteren) is letterlijk gehoorzamen en voelt beknottend aan. In de benedictijnse leer gaat het echter over het horen van het hart, je afstemmen op wie of wat je iets te zeggen heeft. Het gaat over luisteren en respons geven.

 

Wil Derkse heeft het ook over Benedictijns leiderschap. Dat staat voor mensen stimuleren tot groei. Wie extra verantwoordelijkheden draagt is diegene die uitblinkt in luisteren. De auteur ziet als kerntaak van de leider het ‘leiden van zielen’, hen oriëntatie bieden en hen in een geöriënteerde beweging zetten.

Het is vooral het hoofdstuk over tijdsmanagement dat mij initieel in het boekje had aangetrokken. Hoe gaan de Benedictijnen om met de tijd zodanig dat ze een gevulde agenda hebben én het nooit druk hebben? Een belangrijke stap in die richting is de ontwikkeling van een dagorde, een indeling van de dag die een bepaald ritme heeft, van inspanning en ontspanning, van orde brengen en met iets moois in contact zijn. Vier vaardigheden zijn essentieel: de kunst van het beginnen, de kunst van het ophouden, de kunst van de juiste houding tussen het beginnen en het ophouden én de kunst van het rekening houden met de seizoenen van de dag.

Hoe kunnen we het beginnen makkelijker maken voor onszelf en minder uitstelgedrag vertonen? Benediktus benadrukt in de regel dat we de afstand tussen appèl en respons zo klein moeten houden. De daad onmiddellijk bij het woord voegen. Bij wijze van spreken, het klokje luidt en je stapt meteen in het werk of de taak die je hebt voorzien. Het is vooral door oefening en vasthoudendheid dat het uitwendig conformeren aan het klokje, een inwendige gewoonte kan worden.

Ook ophouden kan moeilijk zijn. Zeker als je veel op je bordje hebt liggen of heel erg enthousiast bezig bent, kan je willen doorwerken en geen rust nemen. Te lang doorgaan is, zoals Wil Derkse het zegt, synoniem met fouten maken. Zelfs als je uitwendig gestopt bent met de taak, kan je er inwendig nog steeds mee bezig zijn. Het Benedictijns ophouden is het besef toelaten : nú ben ik met dit bezig. Bijvoorbeeld, ik fiets. Het is de aandacht bewust richten op iets positiefs zodat je niet blijft hangen in de gedachten aan datgene waarmee je bezig was. Ook hier is oefening de enige weg. Het kunnen ophouden is ontzettend belangrijk omdat het betekent dat je met de juiste houding kan beginnen aan het volgende.

Tussen ophouden en beginnen is er tijd. En vaak gaat de aandacht dan nog naar datgene waarmee we ophielden of maken we ons al zorgen over wat komt. Onze aandacht in die tussentijd gaat dus naar zaken daarbuiten. Het komt erop neer dat je de aandacht afwendt van wat is geweest en wat nog komen moet én dat je je aandacht richt op wat NU moet gedaan worden. Maar zelfs als je er in slaagt om je aandacht te houden bij de taak die voor je ligt, dan toch is er de verleiding om al bezig te zijn met het gereed hebben van de taak. Het gevaar hiervan is dat je tijdsdruk voelt, minder optimaal werkt en aan kwaliteit inboet. Benedictijnen leggen de ene taak neer en starten in dezelfde houding aan de andere, inclusief ontspanning en voeding, zonder bekommerd te zijn over het afkrijgen ervan. Die kalme doorgaande lijn zorgt voor ‘nooit druk’. Klinkt naïef en zelfs onmogelijk in onze VUCA wereld, maar iets van deze houding realiseren lijkt mij een grote stap vooruit.

De seizoenen van de dag slaan op de verdeling van energie in de loop van de dag, op tijd alleen spenderen of samen met anderen, en op stiltemomenten inbouwen tijdens de dag. Zo start je de werkdag best met datgene wat de meeste aandacht, concentratie en energie vergt. En eindig je hem rustig en waardig. Het is een kwestie van psychische hygiëne om de dag mooi te beginnen en ’s avonds in vrede af te sluiten met datgene waarover je tevreden bent en met datgene waarin je faalde. Al dan niet kan je rituelen bedenken voor die verschillende fasen.

Ik heb dit boekje vooral gelezen als een uitnodiging voor een aandachtige houding voor alles waarmee ik me bezighoud, en als dat niet blijkt te lukken, elke keer opnieuw te beginnen.

 

Met dank aan Inge Vanwaesberghe (lid van het coachnetwerk van de creatieve generalist) voor deze mooie samenvatting.

Een verbinder kiest niet, maar vermeerdert

Een verbinder kiest niet, maar vermeerdert

De klassieke invulling van de verbinder is die van de vlotte netwerker en ideeënspuier die op jouw verhaal vaak als respons heeft ‘ken je die persoon al?’, of ‘weet je wie jij eens zou moeten contacteren?’, of ‘heb je al gedacht om het zus of zo aan te pakken?’. Misschien denk je nu meteen aan iemand uit jouw omgeving. Of herken je jezelf, wie weet! 

Maar verbinden kan nog zoveel meer zijn dan dat. Naargelang de invulling worden trouwens ook andere namen gebruikt, zoals ‘bruggenbouwer’, ‘grenswerker’, ‘boundary worker’, enz. Gelukkig kunnen we, om iets beter te begrijpen wat het ‘verbinder zijn’ precies inhoudt, terugvallen op het werk van verschillende auteurs en onderzoekers. In dit artikel verwijzen we alvast naar vier auteurs die hun licht hebben laten schijnen over het fenomeen.

 

1 + 1 = 3

 

De meest gekende auteur die het woord ‘connector’ gebruikt, is Malcolm Gladwell. In zijn boek ’The Tipping Point’ beschrijft hij connectors als mensen die altijd wel een gouden tip achter de hand hebben of iemand anders kennen die je een stap verder kunnen brengen. De ‘connector’ van Malcolm Gladwell is een charismatisch persoon die makkelijk vrienden maakt en mensen op hun gemak stelt. Eigenlijk dus een beetje de invulling waarmee we dit artikel introduceerden.

 

Marcus Buckingham, die jarenlang onderzoek deed naar leiderschap- en loopbaanmanagement voor Gallup, omschrijft in het boek ‘Verbeter je sterk punten’, negen ‘sterkste rollen’ die mensen al dan niet van nature opnemen (je hebt meestal 2 rollen die voor jou dominant zijn). Die rollen zijn eigenlijk een combinatie van verschillende talenten of sterke punten. Eén van die rollen is die van ‘de netwerker’ die altijd op zoek is naar het samenbrengen van mensen of ideeën om iets groter en beter te maken dan het nu is. Buckingham vindt verbinders of ‘netwerkers’ zo waardevol omdat ze oog hebben voor wat mensen samen tot stand kunnen brengen en ervan overtuigd zijn dat iedereen iets unieks in te brengen heeft in een situatie of vraagstuk. 1+1=3 als het ware. En toch is Buckinghams ‘netwerker’ niet de enige van zijn rollen die kunnen gelinkt worden met verbinders, maar daar later meer over.

 

Bedenken, samenbrengen en uitvoeren

 

Want nu kreeg je misschien het beeld van de verbinder als sociale tafelspringer, of rasechte netwerker. En dat blijkt dus niet altijd te kloppen. Bij de Amerikaanse Erica Dhawan vonden we een beschrijving van drie type connectors. De types verduidelijken wat en wie een verbinder dan precies samenbrengt:

 

  • The Thinker is heel nieuwsgierig en leergierig. Hij/zij combineert kennis en inzichten en creëert daarmee iets nieuws. Voor wie Austin Kleons boek kent: ‘steal like an artist’ dus. Nieuwe dingen kunnen ontstaan door oudere ideeën op een nieuwe manier samen te brengen of ideeën uit los van elkaar staande domeinen te linken aan elkaar. Ook ‘ongewone’ vragen stellen is een talent van de ‘denker’. Denkers hebben soms moeite om hun ideeën ook werkelijk de wereld in te sturen en/of zijn minder geïnteresseerd in het uitvoeren ervan. Zij omringen zich best met ‘executors’, zie verder.
  • The Enabler is diegene die dingen mogelijk maakt. Enablers zetten bijvoorbeeld structuren of teams op en zorgen ervoor dat ideeën kunnen gevormd worden en synergieën ontstaan. Het kan ook de man of vrouw achter de schermen zijn, of de ‘poppenspeler’. Enablers zijn de geknipte personen om de thinkers en de executors samen te brengen! Ook zoeken ze best naar hoe ze op nog grotere schaal kunnen samenbrengen. 
  • The Connection Executer verzamelt de middelen en de mensen om iets gedaan te krijgen. Vaak gaat hij/zij op zoek buiten het eigen werkgebied. De ‘enablers’ zijn activerend en mobiliserend. Ze zorgen er best voor dat ze zich zoveel mogelijk blootstellen aan nieuwe ideeën (hallo, thinkers!)

 

Tweebenigheid

 

Maar ook dichter bij huis wordt het thema uitgepluisd. De Nederlandse Martine de Jong -adviseur, procesbegeleider en coalitiebouwer bij Twynstra Gudde en onderzoeker bij de Urban Futures Studio aan de Universiteit Utrecht- deed onderzoek naar ‘grenswerkers’ of ‘boundery workers’. Dat zijn mensen die met een been in hun organisatie staan en met het andere been in de echte wereld of andere netwerken. Zij onderscheidt 5 ’signaturen’ of klemtonen en stelt dat grenswerkers twee (of drie) van die signaturen combineren: 

 

  • De gedreven voorvechter: brengt mensen samen door hen te inspireren en hen een gezamenlijk toekomstbeeld voor te houden. Ze worden vaak ingezet voor samenwerkingsprocessen die vernieuwend en ambitieus zijn. Ze hebben uitgesproken waarden en principes en zetten zich in voor een betere wereld. Om eventjes terug een linkje te leggen met Marcus Buckingham, hij omschrijft dit type in de rol van de ‘beïnvloeder’: iemand die mensen voor zich kan winnen en wiens grootste talent overtuigingskracht is.

 

  • De betrokken relatiebouwer: focust niet op de inhoud, maar streeft naar duurzame relaties opbouwen. De betrokken relatiebouwer heeft een sterke sensitiviteit en creëert een context waarin mensen zich veilig voelen Het doet ons ook heel hard denken aan de rol van ‘provider’ door Buckingham beschreven: mensen die vertrekken vanuit de vraag ‘alles goed met iedereen?’ en ervoor kunnen zorgen dat iedereen zich betrokken voelt.

 

  • De grondige ontwerper: kan je vergelijken met de denker van Erica Dhawan. Hij of zij levert grote meerwaarde bij inhoudelijk complexe thema’s (waar veel partijen bij betrokken zijn). Hij of zij biedt de betrokkenen overzicht en inzicht.  Buckingham omschrijft dit ook in de rol van de ’schepper’, die als missie heeft om patronen te ontdekken in de warboel van het leven. Samenhang ontdekken is hier de sleutel.

 

  • De gezaghebbende onderhandelaar: diegene die je nodig hebt bij crisissituaties. Hij of zij is pragmatisch, charismatisch en daadkrachtig en weet mensen aan elkaar te binden door hun onderlinge afhankelijkheid zichtbaar te maken. Ook hier zien we nogal wat overeenkomsten met de ‘beïnvloeder’ van Buckingham, die anderen als geen ander weet te charmeren en niet bang is van een beetje weerstand.

 

  • De vindingrijke vormer: de meest onconventionele van de hoop. Hij of zij is het meest effectief in een omgeving met weinig kaders. Zo iemand is nodig bij de start van een samenwerking of op het moment dat het voorgaande niet heeft gewerkt. Hij of zij denkt heel organisch. Spontaan leggen we hier een link met de rollen van ‘netwerker’ en ‘pionier’ die Buckingham beschreef. De netwerker vraagt zich af ‘wie of wat kan ik samenbrengen?’.  De pionier is van nature een onderzoeker die enthousiast wordt voor dingen die hij/zij nog niet geeft gezien, of mensen die hij/zij nog niet heeft ontmoet.

 

Verbinders zijn katalysators

 

Deze typebeschrijvingen en verschillende invalshoeken maken alvast duidelijk dat ‘dé verbinder’ niet bestaat. Of je de rol opneemt én hoe je hem invult, heeft veel te maken met wat jouw talenten zijn en in welke context je vertoeft.

Wat wel duidelijk is, is dat verbinders het verschil maken op deze domeinen:

  • Ze spelen een cruciale rol als het op innovatie aankomt. Ofwel omdat ze zelf ideeën en inzichten weten te verbinden tot iets nieuws, ofwel omdat ze contexten creëren van waaruit innovatie kan ontstaan.
  • Het zijn zijn echte katalysators. Door dingen, ideeën en mensen samen te brengen, zorgen ze ervoor dat samenwerkingen, uitvindingen, ideeën, levensvatbaar zijn of worden opgepikt.
  • Ze zijn de lijm (of brug) tussen aparte werelden en kennisdomeinen.
  • Ze behouden het overzicht op het geheel.

 

Credits

 

Dit artikel vebindt kennis en inzichten van: 

 

Van chaos naar helderheid. In welke fase zit jij?

Van chaos naar helderheid. In welke fase zit jij?

Inzicht hebben in wat de verbindende lijnen zijn in jouw veelheid kan een enorme rust teweeg brengen. Maar het schept ook helderheid voor anderen. Je maakt je verstaanbaar zonder jezelf te moeten beperken tot ‘één ding’. Je overtuigt mensen om met jou samen te werken nét omdat je zo veelzijdig bent. Hoe zalig klinkt dat? Maar de weg van chaos naar helderheid is niet bepaald ‘a walk in the park’. Het verloopt vaak in stapjes en heeft zijn tijd nodig. Eigenlijk kan je zelfs spreken van verschillende ‘stadia’ in de Rode Draden-zoektocht. Ik benoem ze als:

 

De ik-ben-een-ongeleid-projectiel fase

 

Je hebt het gevoel dat het alle kanten opgaat en jouw hoofd tolt ervan! Wanneer iemand jou vraagt om uit te leggen wie je bent/wat je doet, zou je het liefst heel hard wegrennen. Je komt niet uit je woorden, of je vervalt net in een stortvloed van woorden, en anderen kijken je alleen maar bedenkelijk of verward aan. Ook is het jou helemaal niet duidelijk waar je prioriteiten nu liggen voor de komende maanden/jaren. Rode draden, richting, focus? * I wish!*

 

De ik-zie-draden-in-de-verte fase

 

Je beseft wel dat er verbanden zijn tussen de vele dingen die je doet (en die jou interesseren), maar je krijgt het nog niet helemaal te pakken. Je ziet verschillende mogelijkheden, richtingen, zonder helemaal zeker te zijn. Best frustrerend, het ‘bijna, maar toch nog niet’ gevoel. Zeker wanneer je het wil uitleggen aan anderen, want die kan je helaas niet meenemen in je hoofd…

 

De ik-zoek-nog-naar-de-juiste-woorden fase

 

Voor jezelf is het helder. Je weet wat de verbindende factoren zijn in jouw ‘veelheid’. Maar het uitleggen aan anderen verloopt nog wat stroef. Hoe begin je er aan? Hoe verwoord je dat nu op een manier waarop anderen helemaal mee zijn? En wanneer zet je welk ‘type’ rode draad in? Daar heb je nog een kluif aan. 

 

De ik-vind-het-moeilijk-om-mezelf-te-promoten fase

 

Hmmm, dit is natuurlijk vaak veel meer dan een ‘fase’. Grote kans dat je deze al even meesleept. Het gebeurt zelfs al eens dat de twee vorige fases gebruikt worden al ‘excuus’ om niet met deze onruststoker aan de slag te gaan. Maar dus, je kwam nu tot het besef dat je je rode draden eigenlijk wel kent, en er de woorden voor hebt, maar toch blijft het wringen. Misschien ben je stiekem bang dat als je je nek uitsteekt, mensen er ook iets ‘van gaan vinden’? Dat je commentaar krijgt. Of dat je, nog erger, op je bek gaat. Ga eens na: waarom precies vind jij het eng om met je verhaal naar buiten te komen? Wat probeer je te vermijden? 

 

De ik-zit-in-de-rode-draden-hemel fase

 

Je weet waar je voor staat, je ervaart rust in je hoofd én je kan anderen daar probleemloos in meenemen. Ook zij geraken enthousiast over jouw verhaal en dit vertaalt zich in leuke jobs/opdrachten/klanten. De Rode Draden hemel dus!

  

De ik-wil-nieuwe-laagjes-toevoegen fase

 

Je hebt een tijd op een wolkje geleefd en alles gaat prima. Maar nu merk je dat jouw boodschap niet bij iedereen even goed aanslaat, of je wil variatie brengen in je verhaal. Kortom: je hebt nood aan een rijker gevulde rode-draad koffer. Je gaat op zoek naar andere opties om jezelf te begrijpen én uit te leggen. Zijn er nog andere lijntjes, andere invalshoeken te ontdekken in jouw verhaal? Is er nog een diepere laag te ontdekken? Het maakt jou wel nieuwsgierig!

  

De ik-vind-mezelf-opnieuw-uit fase

 

Je bent toe aan iets nieuws. Een nieuw project, een nieuw thema, een nieuwe doelgroep… Wat betekent dit voor de rode draden die je tot nu toe zag en gebruikte? Wat blijft ’stabiel’ en wat is aan vernieuwing toe? Een spannende fase, van dingen in vraag stellen en jezelf opnieuw heruit te vinden!

 

 

Waar bevind jij je?

 

Nu klinkt het een beetje alsof je die verschillende stadia altijd in deze volgorde afloopt. Uiteraard is dat in realiteit niet altijd zo. Misschien heb jij je nooit een ongeleid projectiel gevoeld, of sloeg jij de ik-zoek-nog-naar-de-juiste-woorden fase over. Maar deze opdeling kan wel helpen om jezelf af te vragen waar jouw behoeftes op dit moment precies zitten. En ook om te beseffen dat het een cyclisch proces is. We doorgaan allemaal fases waarin het (terug) chaotisch is en we het gewoon ‘niet weten’. 

 

Je hoeft dit niet alleen te doen. Een aanbod voor jou!

 

We organiseren een gratis challenge in de week van 7 september 2020. Lees er hier meer over en doe mee!

 

Pin It on Pinterest